is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en diens liefhebberij voor de jacht hun heer uitstekend te stade. Lambert jaagde graag; dat de oude Wizlaw niet van de zijde van zijn meester week, spreekt van zelf voor diens trouw en in Hans Dreiling stak nog genoeg van den Eckartburger, wiens lust en leven het was achter alle ongetemd gedierte te zitten. En 't was toch een heel ander iets tegen een dozijn wolven of tegen een beer te velde te trekken met zakpistool en spies, dan thuis een paar konijntjes in strikken en vallen te vangen.

Een berenjacht zou een heele poos een treurig aandenken nalaten voor den armen jongen. In zijn jeugdigen ijver was hij te veel voorop gegaan of misschien vervolgde hem juist dien dag een bizonder ongeluk — kortom, de door verscheiden spiesen tegelijk doodelijk verwonde beer had nog eenmaal woedend rondgeslagen met zijn voorpooten en daarmee Hans een geduchte vleeschwond in de dij bezorgd. Op een gauw in elkaar geslagen baar moesten ze hem naar huis dragen en nu heette het in bed blijven en voor 'n goed poosje ook. Gevaar voor zijn leven was er echter niet, ook geen vrees dat de wond niet goed terecht zou komen; ook vertoonde zich gelukkig de wondkoorts niet.

De oude Wizlaw zat bij het ziekbed van den vroolijken Hans, legde een nieuwen kouden omslag om het gewonde been en kommandeerde: „Zoo! Nu weer stilgelegen, stormwind! Hans Dreiling, eigenlijk moest ik je altijd Hansworst noemen, want bij al m\jn stramme tucht ben je toch nooit iets beter geworden. Jou kwibus!"

„Ga maar te keer en scheld me uit zooveel je maar wilt, Wizlaw!" zei de jongen lachend; „daar laat ik geen traan om, 'k weet immers toch dat je 't erg goed met me meent. Wie heeft me opgepast en verpleegd, als een moeder haar kind ? Wie heeft de eerste nachten bij me gewaakt en is niet van mijn zij geweken? Wordt maar gerust boos, ik zal graag stil en geduldig toehooren."

„Moet je ook, als er nog wat uit je moet groeien! Oppassen en verplegen, afsnauwen en afgrauwen, — alles heeft zijn tijd. En ik zal je al je andere domheden, maar vooral deze laatste jachtstommiteit zoo dikwijls onder je neus wrijven, dat je 't gaat begrijpen en je betert."

„Vooruit dan maar, allergestrengste heer!

„Ja, vooruit. Maar niet zoo driftig en zonder kop als jy, dwarrelwind. Je eerste fout van onlangs blijft, dat je je te veel op je voornaamste speelgoed, dat pistool hebt verlaten, 'k Ben heelemaal niet tegen die nieuwe dingen, bliksem en donder maak je er erg