is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aardig bij en tegen landloopers en laffe aanranders, die nog niets weten van donderbussen, kan je ze gewis ook uitstekend gebruiken. Maar denk je dat een beer zich 'n lor bekommert om dat spectakel ? Dat bestie is aan zulk kabaal gewoon. Neen! dan heilig mijn handbijl, in geval van nood mijn gordelmes; als ik de een meester Bruin op zijn kop sla of het andere tusschen zijn ribben steek, merkt hij wat ik bedoeld heb. Wat deed sinjeur dikvel na jouw schot ? Hij schudde zich en nieste boos, of 'n vloo hem had gebeten."

„Maar Wizlaw, je probeert het toch. Als ik hem in zijn open muil getroffen, zooals mijn plan ook was, dan had hij morsdood gelegen, maar de kogel is geschampt op het harige borstvel."

„Onthoud dat voor later, voor 't geval dat je eens een echten krijgstocht meemaakt. Door ijzeren platen kom je niet met je geschiet en in een maliënkolder maak je met zoo'n kogel ook niet meer dan een deuk. Als ik iemand z'n helm bewerk met mijn bijl, dan merkt hij het aan zijn kopbeenderen. Denk er dus om dat je de veilige blanke wapens niet veracht en vergeet."

„Heb ik dat dan gedaan? Ben ik na het schot het dier niet precies zoo te lijf gegaan zooals je 't me den avond te voren had gezegd?"

„Onzin, Hans! Je hebt slecht opgepast of mijn les niet genoeg ter harte genomen. Heb ik je niet uitdrukkelijk gezegd, dat je je spies zoo lang mogelijk moest pakken, dat het dier je niet aan je lijf kon komen, dat het je uiteinde van de schacht met je arm stevig in je oksel moest vastklemmen, net of je op 'n tournooi aan het lansvechten ging? Maar jij hebt 'm kort gepakt en ging er net mee om of 'teen priem was."

„Je wordt niet als meester geboren, Wizlaw, de volgende maal knap ik zoo'n zaakje beter op."

„Dat laat zich hooren, Hansje, en daarom zal ik je dit keer maar vergeven. Ik zal zelfs onzen heer vragen of hij je weer mee op de jacht wil nemen, hoewel ik me eerst het tegendeel had voorgenomen. Je stoot tegen het schouderblad was anders ook zoo kwaad niet, de plek heb je goed uitgezocht en geraakt."

„Zou je me een ding kunnen verklaren, Wizlaw? 'k Heb je er al lang naar willen vragen. Hoe staat het met den winterslaap van de beren ? Voor we uit Lübeck gingen, bazelden de lui dat we de wilde beesten allemaal vast in slaap zouden vinden, nu — dat die oude knaap, die mij 'n mep gaf met z'n klauw, niet sliep, daar wil ik een eed op doen."