is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt, rijden we vliegensvlug langs hem heen, zonder op te houden, 'k Hoop dat de zaak zoo erg niet zal loopen, maar aarzelen staat gelijk met een zeker verderf en geeft ook niets. Gelukkig kent hij de wolven en geldt voor den besten rendiervoerman. Let u voor op, meneer Hadewart! Naar de beschrijving van den Danziger moeten we dicht bij den toren van de Duitsche orde zijn'-.

De wilde jacht begon. Als pijlen uit bogen vlogen de sleden vooruit bij het donkerroode fakkellicht; de trekdieren volbrachten het haast ongelooflijke, het in weerwil van hun snelheid steeds dichterbij komende gehuil in hun rug spoorde hen aan tot een vliegende vaart om hun eigen leven te redden. Kleiner en kleiner werd de afstand tusschen de voertuigen en de bende wolven, nu konden ze de afzonderlijke roofdieren onderscheiden, al was dan ook het getal der beesten niet te berekenen. Een gevaarlijke troep, hongerig en moordlustig genoeg! Den bek met de spitse tanden wijd open. de roode tong lang uitgestrekt als een heete, puntige vlam, het gehuil steeds rauwer en heescher! — De voorste zijn op twintig pas afstand, koelbloedig richt Hans een pistool en mikt een oogenblik, een knal, en een roofdier tuimelt jankend neer, — nog eens — een tweede beest valt. De gladde baan maakt het mikken makkelijk. Maar de openingen zijn al gesloten en de huilende bloeddorstige troep is tot op een speerlengte van de slee gekomen, 't Lukt Hans en Wizlaw gelukkig de eerste twee neer te stooten; de oude heeft echter te goed geraakt, zijn piek haakt in de huid van den wolf en hij laat haar schieten. Een tweede piek kan hij niet grijpen, maar zijn oude kameraad, zijn bijl, verlaat hem niet, daar is hij het meest mee vertrouwd, de dieren springen en happen reeds naar de slede, hij deelt scherpe houwen uit op pooten, muilen en koppen, en elke houw wordt begeleid door een gehuil en gerochel. Daar is een oude wolf hem iets op zij gekomen, springt en bijt Wizlaw in zijn linker bovenarm, Hans let goed op en strekt den vijand neer met zijn piek; tegelijkertijd heeft Werner Bütow twee fakkels uit de ringen getrokken en slingert ze over Wizlaw's hoofd midden tusschen den troep wolven. Dat schenkt een oogenblik verademing, dat daartoe benut wordt, dat Lambert en Harms, daar totnogtoe van voren geen gevaar dreigt, achter met frissche krachten te hulp komen. Weer hernieuwde kamp! — ook Harms bloedt uit een wond aan de hand. — Daar — op eens beginnen de kleine Lithauers luid te hinneken, — het woud wijkt aan weerszijden