is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kapittel van de Duitsche Orde gehouden, waartoe uit Mariënburg de grootmeester met de eerste waardigheidsbekleeders der Duitsche heeren was overgekomen. Ridder Balduin von Bornen werd bevestigd in zijn nieuw ambt als commandeur van Königsberg — een hooge onderscheiding op zijn jeugdigen leeftijd ! Nadat alle aanwezige ridders met hun groot gevolg, evenals de Raad en de gewone burgerij deistad, in den voor vijfentwintig jaar voltooiden Dom de plechtige godsdienstoefening hadden bijgewoond en de genade van de Moeder Gods, de bizondere patrones der Orde hadden ingeroepen, begaf de prachtige feeststoet der broeders zich naar de zaal der Orde, waar de werkelijke bevestiging van den commandeur, uitsluitend Ordebroeders mochten er bij zijn, werd voltrokken. Slechts de witte mantel met het zwarte kruis verleende hier toegang. Yoor een eenvoudigen troon zetel stond de hoogwaarde grootmeester, heer Winrich von Kniprode, naast hem ter rechterzijde de grootcommandeur, de bewaarder van den schat en de plaatsvervanger van den grootmeester, wanneer deze ziek was, benevens de oppermaarschalk, die als bevelhebber over vestingen en burchten beschouwd werd en in oorlogstijd de Orde aanvoerde; links van den troonzetel stonden de opper-hospitalier, die het hoofd was van het zieken- en armwezen, de opper-lakenmeester, die voor de kleeding zorgde en de opper-schatmeester. Naast deze vijf groot-gebieders, zooals ze genoemd werden, rijden zich in een grooten halven cirkel de commandeurs der grootere plaatsen en departementen, en dan de gewone ridders.

Balduin von Bornen, die eenvoudig met woord en handslag, omdat de riddereed hem reeds bond, trouw in zijn ambt had beloofd, ontving geknield het teeken van zijn waardigheid, het gouden commandeurskruis met ketting, uit des grootmeesters hand. Zegenend legde heer Winrich zijn handen op het hoofd van den geknielde en de ridders begonnen het Ave Maria. Toen het gezang verstorven was en de nieuwe commandeur zich naast den grootmeester geplaatst had, vroeg de laatste of een der broeders van St. Maria nog iets had mede te deelen dat geen vreemde ooren mochten vernemen. En daar allen zwegen, werd het generaalkapittel gesloten.

Nu vlogen de groote vleugeldeuren open, en in goede orde traden allerlei boden en afgezanten binnen om den nieuwen commandeur geluk te wenschen. Eerst een troep leekebroeders, grijsmantels, dan knapen en knechten der Orde, daarna twee leden van den Raad der stad en een deputatie der burgerij, ten laatste iedereen die maar een feest-