is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuwen. Onze heer en koning is bizonder fel gebeten op al wat Lübecksch is en over die kaperbrieven heeft hij verschrikkelijk te keer gegaan."

„'t Zou mij ook heel wat liever zijn, heer Henning," antwoordde Lambert, „als ik in een openlijken oorlog der Hanze met uw heer kon vechten; enfin, die zal en kan niet uitblijven, tot zoolang moet ik me maar met den kaperbrief behelpen."

Nog voor men de Tra ve binnen liep, was het vraagstuk der losgelden tusschen de twee in orde gebracht en had men de sommen vastgesteld voor den ridder zoowel als voor de andere gevangenen. Henning von Putbus bleef met zijn ridderwoord borg voor de betaling; als koning Waldemar het verdrag niet erkende, zou hij zelf uit eigen middelen het geld voldoen. Lambert was daar graag mee tevreden — wat moest hij met dien heelen troep gevangenen beginnen? De Wolf kon niet voor onbepaalden tijd de Deensche kogge achter zich aan sleepen en de Lübecksche Raad zou de gevangenis niet openen voor de Denen.

Slechts van een enkelen man op de Wolf hield Henning von Putbus op de vaart naar Lübeck zich met voordacht ver, namelijk van Harms; hij zei het ook eerlijk tegen Lambert. „Neem het me niet kwalijk, heer Hadewart, dat ik uw makker en stuurman den rug toedraai, 't Gebeurt niet vanwege de half zwarte vlag, waar onder u toch ook ook tegen me hebt gevochten, ik heb u te goed leeren kennen als een eerlijken tegenstander. Maar die man — van zijn heele verleden kan ik afzien — heeft het veldteeken van mijn heer gedragen en nu het zwaard tegen hem getrokken. Dat kan ik niet verkroppen."

„U moet ook niet vergeten, heer Henning, wat koning Waldemar hem heeft aangedaan!"

„Ik zal Knut Hammers niet als schuldig beschouwen, noch een oordeel over de handelwijzen van mijn koning uitspreken, dat past me niet. U is in een ander leven en streven, in een anderen kring opgegroeid, dan ik, welke kring beter is laat ik totaal in het midden! Wie zich echter aan een koning verbindt, doet tot op een enkel punt na afstand van zijn eigen meening en nooit mag hij tegen hem de wapens voeren. Hij en ik blijven ver van elkaar."

_ _ — Jubel en vroolijkheid kwamen tot uitbarsting overal in het Lübecksche gebied, toen de Wolf met z'n buit de Trave opvoer. TTpt Deensche koningsschip, na heeten striid veroverd, heer Anderdag