is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met en zonder wapens drong uit de naaste omgeving, alles wat tot de opstandelingen behoorde, naar de Holsteinpoort. Wat was dat? Wat kon dat beduiden ? Had de stadshoofdman vreemde hulp gekregen ?

De Raad zelf was al niet minder verbaasd dan zijn tegenstanders. Burgemeester Warendorp, die met een groot aantal raadsheeren, onder wie zich ook Hartwig bevond, den nacht op het Raadhuis had doorgebracht, vroeg aan allen of de een of ander der ambtgenooten soms een uitlegging kon geven. Allen zwegen, slechts Hartwig Hadewart zei half vragend: „Zouden het soms de donderbussen van onzen Meierhof wezen? Dan zit mijn broer Lambert er achter, maar — die vaart met de Wolf op de Oostzee." Men moest nadere berichten afwachten. Bruno Warendorp beval den overgebleven rotmeesters met hun manschappen op de markt stelling te nemen, ze moesten onder alle omstandigheden hoe dan ook, de markt vrij houden van opstandelingen.

Veel verwarder en troosteloozer was de toestand der burgers aan de Holsteinpoort, waar de deken der kuipers het kommando voerde. Erich Bodener gold anders voor een scherpzinnig en moedig man, persoonlijk kende hij ook geen vrees, maar nu was hij geheel radeloos. Bij den korten duur van den opstand was er nog geen opperaanvoerder gekozen, hij zelf kon er wel op inhakken tegen de stadsknechten, maar wat gingen hem donderbussen en blijden aan ? Bom! Bom! beukte het weer op de poort.

„Wat moet dat worden, meester?" vroeg een meesterknecht angstig aan den kuiper. En meester Kurzrock, die dadelijk kwam aansnellen uit zijn nabij gelegen huis, riep: „Vallen we door het kleine voetgangerspoortje uit? Of wil je de poort openen, Erich Bodener? Maar je moet iets kommandeeren, zeker, anders verliezen de lui den moed."

„Ja — kommandeeren," herhaalde Bodener als in een droom, „maar wat? Ik zal zelf eerst eens door het kijkgat in de poort kijken of ik iets kan ontdekken van den vijand."

„'n Bedenkelijk ding, deken! Zoo precies in 't gezicht — maar vooruit! ik ga met je mee, ze zullen niet snoeven dat een snijder geen moed heeft."

De twee mannen gingen naar de poort, net wilde Bodener door het kijkgat zien — daar, een nieuw vreeselijk gebeuk op het houtwerk ze tuimelen achteruit, de snijder alleen maar verschrikt doch ongedeerd, Erich Bodener echter is door een houtsplinter, welke een goed gericht schot afrukte, in de zijde getroffen. Bloed loopt over zijn