is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blusschen, op straffe van doodvonnis! De inwoners mogen met hun roerende have naar het binnenland vluchten, wij zelf zullen de muren afbreken en zout op de plaats strooien en — Kopenhagen is er geweest. Is dat uw meening, mannen der Hanze?"

.Kopenhagen zij er geweest!" spraken de anderen.

„Maar het Koningsslot?" vroeg Lambert Hadewart.

„Denk daar zelf maar eens over na," antwoordde Warendorp. „Hier was Waldemars verblijf, maar naast den toorn moeten we ook het verstand een woordje laten meepraten. Dit is een stevig, goed gebouw, we kunnen het gebruiken als een steunpunt en er een kleine bezetting in leggen als waarschuwing voor heel Seeland."

Niemand sprak er tegen, de krijgsraad werd opgeheven.

En twee dagen later is gebeurd wat in den krijgsraad der Hanzeaten was besloten; de muren der vesting zijn geslecht, de stad is in de asch gelegd. De overwinnaars jubelden luid en Hans Dreiling schoot victorie uit zijn geliefkoosde donderbussen; het strafgericht over koning Waldemars overmoed had een aanvang genomen.

En hoe zag het er uit met hem die de eenige bondgenoot was van Waldemar, met zijn schoonzoon koning Haakon van Noorwegen? Had hij tegenover zijn koninklijken schoonvader ook zijn woord geschonden evenals vroeger tegen de Hanze, of kon hij geen hulp bieden ? De arme drommel was er bijna nog erger aan toe dan zijn schoonvader, want de geldmiddelen van het arme Noorwegen konden zich nooit meten met die van Denemarken, al was Waldemar ook nog zoo verkwistend geweest. En de mannen van de Noordzee hadden de rol, die ze bij de conferentie te Keulen op zich hadden genomen, met vreeselijken ernst op- en aangevat. De latere Zweedsche provincie Götaburg, vlak tegenover Kaap Skagen gelegen, maar dan wat oostelijker, behoorde in dien t\jd nog onder de kroon van Noorwegen en werd met het volste recht de rijkste streek van het heele koninkrijk genoemd. Hier tegen ging de eerste aanval der Hanzeaten van de Noordzee, die na een beraadslaging aan het Marstrand zich niet ver van de monding der Göta-elf tot den aanval vereenigd hadden. Iets later dan de Oosterlingen waren de Nederlanders opgebroken, maar hun loop was daarentegen door geen enkelen krachtigen tegenstand vertraagd. Vreeselijk woedde de oorlogsfurie aan de Göta-elf, brand en brandschatting vraten het land meer uit dan zwaard en speer hadden vermocht. Marstrand met slot, klooster en kerk werd platgebrand, de eilanden Thjorn, Baholm en Hissing werden veroverd, tallooze