is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henning von Patbus en Yicko Moltke — Van Riga tot Amsterdam zijn alle groote Hanzesteden vertegenwoordigd, den kern vormt het Lübecksche kwartier met Lübeck aan het hoofd. De drie afgevaardigden der Travestad waren Johann Schepenstede, Gerhard von Attendam en Lambert Hadewart. Hij, die, het vurig verlangde en luid bejubelde bericht van den val van Helsingborg het eerst in zijn vaderstad bracht, had men voor deze Stralsundsche vergadering uitdrukkelijk tot Lübecksch raadsheer benoemd, om zoo aan de algemeene erkenning van zijn verdiensten zoowel door den Raad als door heel de burgerij, uiting te geven. Wel ontbraken hem nog circa vijftien maanden aan de 30 jaar die voorgeschreven waren om verkiesbaar te zijn tot raadsheer, maar in een bizondere zitting besloot de Raad dat in dit geval een uitzondering geheel op haar plaats was; en daar het naar oud gebruik niet ging dat twee broers tegelijkertijd lid van den Raad waren, legde bij den roem van zijn broer, Hartwig Hadewart vrooUjk-trotsch zijn ambt neder, om hem zijn plaats over te laten.

Wat was Lambert zielsblij naar Stralsund getrokken! Hij hoopte hier immers een groot aantal wakkere krijgskameraden de hand te kunnen drukken. En Hartwig ging met hem mee, wel niet als raadsheer van Lübeck, maar vergezeld van hun moeder, vrouwe Mathilda, en zijn lieve vrouw, want die drie zouden dadelijk nadat de vrede geteekend was, de vroolijkste gasten zijn bij de bruiloft van Lambert en Johann Wittenborg z'n dochter.

Trouw had Lambert den eed, dien hij zich zelf had opgelegd, gehouden en het groote doel, de vernedering van Waldemar was bereikt. Zonnebrand en winterkou hadden den Lübecker de zware jaren van den oorlog niet gedeerd; hij stuurde zijn kogge, lag weken en maanden voor de sterkste vestingen, bestormde poorten, hielp muren rameien, en ging met zijn mannen steeds voor als er met het blanke wapen gevochten moest worden. Nu mocht hy met voldoening het zwaard in de scheede steken. Niet op trage rust was hij gesteld, maar het beeld van wijlen zijn vader kwam nu weer in 't helderste licht in zijn ziel. En als echte Hazeaat nu een eigen haard te bouwen, have en goed te beheeren, daarbij het welzijn en het vreedzaam bloeien en grooter worden van zijn eigen stad — dat dacht hem aan Barbertje's zijde een lot uit de lotery. Smartelijk was hij getroffen geweest door het bericht van Warendorp z'n dood; wel had de overwinnaar van Helsingborg hem persoonlijk niet zoo na gestaan als zijn oude, trouwe, en zoo ongelukkige Johann Wittenborg, maar tijdens de laatste oorlogs-