is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben, had ik door mijn verhaal bijna vergeten u een groet over te brengen, en dat zou me gespeten hebben. Op mijn terugreis van Avignon kwam ik over Erfurt en trof een ouden bekende van u —"

,Ha, broeder Anselmus," riep Lambert vroolijk, „dat kan geen ander zijn!"

„Geraden! Stevig is z'n lijf, welgemoed z'n hart en zegen verspreiden z'n handen. Hg spon nog eens het kabeltje van uw gemeenschappelijke Italiaansche reis, die ik uit uw mond al kende en menig avond hebben we aan u gedacht. Anselmus heeft me 'n beetje in de geneeskunde onderwezen, ik eer en acht hem als een vader. Wat 'n onderscheid tusschen ons tweeën, voor mij treurig, voor hem schoon! Hij een grijsaard vol levensvreugde, ik een moede man met bruin haar! Twee dingen slechts vereenigen ons: de eerlijke wil om zieke menschen te genezen en de liefde tot u. Nu is het genoeg! Vaarwel, Lambert Hadewart! God zy met u, te allen tijde!"

Harms stond op, maakte een licht gebaar met de hand, als om den ander te verzoeken dat hij zou blijven, en ging naar de deur. Toen de Lübecker alleen zat, peinzend het hoofd op de armen gesteund, kwam een warme traan van medelijden in z'n oog en zachtjes sprak hij voor

zich heen: „M'n arme makker! En toch is dat einde voor hem

misschien het beste!"

De zorg verdween van Lambert z'n gelaat, toen hij de woning van vrouwe Wittenborg binnentrad en toen Barbertje hem juichend welkom heette, haar armen om zijn hals sloeg en hem hartelijk kuste, leek de wereld hem zóó mooi en zóó heerlijk, als nog nooit te voren. Barbara was met haar moeder in de St. Nicolai geweest, om zich te kunnen verheugen over haar statigen aanstaanden echtgenoot en de voorname positie, welke hij bij de Hanze innam, doch had bescheiden vermeden hem onder de oogen te komen en kort voor het einde van het feest was ze naar huis gegaan. Zoo toen de begroeting voorbij was, huppelde ze naar de zijkamer en kwam terug met een goed verzegeld pakket, dat de bode uit Lübeck in den loop van den dag voor den jongen raadsheer bezorgd had. „Wat zou daar in zitten?" vroeg Barbertje nieuwsgierig, terwijl ze hem het pakje gaf.

„Zeer zeker geen geheimen," zei Lambert lachend en maakte het touw los. „We zullen het meteen maar eens bekijken." Wat 'n groote verrassing, een prachtig zijden wambuis met in de borstzak een brief die aldus luidde: