is toegevoegd aan uw favorieten.

Intramoleculaire atoomverschuiving bij Azoxybenzolen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkregen bij verhitting van eene oplossing van azoxybenzol in azijnzuuranhydride, pag. 44 e.v.), dat er geen acetaat gevormd werd, voerde ik deze proef uit, om nog nader dan door de vroeger beschreven verhittingsproef van o-oxyazobenzol te constateeren, dat de omzetting van azoxybenzol in o-oxyazobenzol geen omkeerbaar proces was. Daar zich wel een acetaat vormde, kon nu over de omkeerbaarheid uit deze proef geene conclusie getrokken worden. 1 Gr. o-oxyazobenzol werd nl. met 20 c.c. azijnzuuranhydride in eene toegesmolten buis 7 uren verhit bij 200"—-205°. In de buis heerschte geene spanning. De massa werd in water uitgestort, na 3 uren vertoonden zich nog geene kristallen. De geheele vloeistof werd daarom uitgeaetherd, waarbij een weinig koolachtig ontledingsproduct onopgelost bleef. De aether werd afgedestilleerd, en aan het residu koude kaliloog van 20°/„ toegevoegd; deze werd slechts weinig rood; de o-oxyazobenzol was dus wel degelijk omgezet; bij koken loste alles op, en de vloeistof werd hoogrood door verzeeping van de ester. Door praecipitatie en omkristallisatie werd het oorspronkelijke phenol, smpt. 82°,5 weer teruggekregen. Om het acetaat als zoodanig toch in handen te krijgen, werd de proef nog eens herhaald: 2 Gr. o-oxyazobenzol werd, opgelost in 20 c.c. azijnzuuranhydride, 8 uren bij 180"—185" verhit; bij uitstorten in water bezonk eene strooperige massa, die op geene wijze tot kristallisatie kon gebracht worden, noch door haar een paar weken met verdunden natronloog in aanraking te laten, noch door haar, na droging, tot —2o° af te koelen. In het laatste geval werd zij glasachtig, maar kristalliseerde niet, ook niet door haar met een weinig alcohol aan te wrijven. Het acetaat is dus blijkbaar