is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zedelijken moed niet om toch door te gaan, zoodat het einde was eene reformatie alleen op papier.

Dit kon de van geestdrift blakende Koelman niet dulden. Ilij bracht de zaak in het volgende jaar, 1072, op het oogenblik dat de vijand naderde, ter sprake in den Kerkeraad te Sluis, en las een brief voor, door hem opgesteld en gericht aan de Classis, waarin zij geprikkeld werd tot daden van reformatie. ') De korte inhoud van dit schrijven was als volgt: «Och, laat U niet ontmoedigen. De reformatie is zoo noodig en nuttig. Vrees de Overheid niet en denk niet te kwaad over haar. Zij wil de hervorming eigenlijk ook wel. Zij ziet wel in, dat de zonde van land, kerk en staat hoog geklommen is, en dat de oordeelen Gods deswege dreigen los te barsten over Nederland.» «Neen,» zoo eindigde hij, «wij schrijven U geen plichten voor, maar willen U slechts ons gevoelen te kennen geven.» Het gevolg was, dat den 14 Sept. van dat jaar in de Classis verscheidene sessies aan de zaak gewijd werden, en dat er tot de onderhouding van de geconcipieerdeartikelen werd besloten.2)

Hoe goed men dit te Sluis ook vond, men was daarmede niet ten volle voldaan. Althans er werd besloten om het werk der reformatie voort te zetten, en een particulier gravamen in te dienen, in zake den Heiligen Doop. De korte inhoud van dit gravamen was als volgt:3)

1. Of men de kinderen van Papisten, niettegenstaande vele inconvenienten en onstichtelijkheden zou moeten doopen.

2. Of eenig gereformeerd Magistraat den Paapschen ouders mag verbieden, hunne kinderen te laten doopen in Paapsche plaatsen, en integendeel de predikanten gelasten en opleggen, dezelve in de Kerk te doopen, nevens de Gereformeerde ouders hunne kinderen.

') Idem, blz. 3.

J) Idem, blz. 7.

Idem blz 188-193.

3