is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het duurde evenwel niet lang of er rees een geschil tusschen Kerk en Magistraat De laatste verbood nl., dat liuisgenooten en helpers van lijders ter kerk zouden komen, terwijl de predikanten van meening waren, dal juist de zoodanigen den troost van het Evangelie en de kracht van liet gemeenschappelijk gebed noodig hadden ').

Eindelijk werd besloten eene commissie uit den Kerkeraad naar het Stadhuis te zenden, teneinde de heeren te wijzen op Art. 20 der pestwetten, hetwelk een flauwe hoop liet doorschemeren, dat in de Kerk een aparte plaats zou worden aangewezen aan de bedoelde personen.-) Helaas, de Overheid ging niet tot haar verzoek in, maar verwees de deputatie naar de Gezondheids commissie, die het ook niet wilde inwilligen, daar men te zeer het gevaar voor besmetting vreesde.

Wat bleef, na deze weigering, den leeraren anders over, dan hunne bezoeken te verdubbelen, opdat zij de kranken te meer in hunne huizen zouden kunnen troosten. Dat dit zijne gevaren medebracht, bleek spoedig. Wij lezen ten minste, dat «Ie ziekentrooster stierl, terwijl de daarop benoemde weldra ernstig ziek werd. Maar, zou dit Koelman of zijne geliefde vrouw afschrikken? Neen, zij verdubbelden hun ijver. Zij waren nu hier, dan daar. Men zag ze dagelijks. Er was maar een roep over hun arbeid.

Echter meende de Magistraat tusschenbeide te moeten komen. Hunne bedoeling mocht goed zijn, de ijver in beiden te prijzen, maar nam dit het gevaar weg, dat zij de besmetting brachten van huis tot huis?

Den 28sttn September kreeg Koelman dan ook een bode van het Stadhuis ten zijnent, die een briei overhandigde met het volgende interdict: «gij noch uwe vrouw mogen

') Notulen van den Kerkeraad, 5 Augustus 1660. *) Nol uien van den Kerkeraad, 12 Augustus 1000.