is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liij zelfs eene «burgerlijke visite» te Rotterdam van de deputaten of hoorders, en vernam tevens, dat enkele leden van den kerkeraad het advies hadden ingewonnen van de Heeren Lodenstein, IUrentzonius en van Dok ut, vroegere leeraars deigemeente Sluis. IjOdenstein adviseerde: ') beroep een vierden predikant, een supernuinerarius, beklaag I bij «le H". M°. over deze usurpatie van de rechten der Kerk, en zoo meer in dien geest. De plaats van Koelman blijft dan open. \ elen vonden dit te kras. Ds. van Dordt ried aan 0111 Roei man eerst kerkelijk te deporteeren, indien hij zich binnen een bepaalden tijd niet geconformeerd had, en dan een beroep te doen. Barentzonius eindelijk wilde, — en die raad beviel liet best, — dat men een ander predikant zou beroepen, terwijl Koelman in werkelijkheid predikant bleef, omdat hij voor de Gemeente onbruikbaar was gemaakt.

Koelman beviel dit advies evenwel niet. Ilij zette dit ook in een breedvoerig schrijven uitéén, en gaf als zijne meening te kennen, dat men op die manier de gaten, door de Overheid geslagen, wel gemakkelijk kon stoppen, maar dan ook haar rechten macht in dezen erkende. En daarom, zijt gewaarschuwd ! 2)

Zijn schrijven had echter niet den minsten invloed. De Kerkeraad ging beroepen. Wel kwam er een uitvoerig schrijven van vele gemeenteleden in, die meenden te moeten opponeeren; ook heeft een zekere Gideon Nemeghf.er een meer principieel verweer gevoerd, — maar dit alles deed den Kerkeraad niet van besluit veranderen, en den 17 April 1070 werd een beroep uitgebracht op Ds. Doelman van Dirksland. Niet dadelijk evenwel werd dit Koelman medegedeeld, maar eerst 0 weken daarna, daar men bespeurd had, dat Ds. Doelman met hem over het beroep correspondeerde. Eindelijk zonden

1) l'dera, blz. 49:i.

2) Idem, blz. 495.