is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij hem dan de missive van hun aanvrage om approbatie van de Classis, opdat hij bemerken mocht, dat men niet in zijne plaats beroepen had. Koelman vond dat echter bespottelijk, antwoordde niet, maar wachtte Doelman s decisie af.

Eenige dagen daarna, den '2'2 Juni 1676, werd Koelman gesommeerd op het Stadhuis te Rotterdam te verschijnen. *) De Overheid toch wilde hem onderhouden over het houden van conventikelen, daar dit in strijd was met de stedelijke verordeningen en de predikanten zich daarover bij haar beklaagd hadden Toen de Heeren hem evenwel een poosje gesproken hadden, en hun van ter zijde ter oore was gekomen, dat hij een man was, gezond in de leer en vijand van alle Separatisme, besloot men hem te verdragen, daar er nog zoovele andere secten en partijen geduld en gedragen werden binnen de veste. Men liet hem echter niet lang met rust, daar de wensch der Heeren predikanten niet vervuld was. Toen toch ook hier de Overheid «vermaakt» was, werd «Ie zaak andermaal voor den rechter gebracht, en nu met geheel anderen uitslag. Men begon hem te verwijten, dat hij door de II0. M°. uit de Generaliteits-landen en uit Sluis verdreven was en deelde hem mede, dat hij dus ook hier ter stede den Heeren Staten niet aangenaam was, weshalve men besloot hein nog 8 dagen den tijd te geven om zich te verwijderen. Wel trachtte Koelman de Heeren beter in te lichten, ook door een langen brief, dien hij tot dien einde reeds van te voren had opgesteld, doch het mocht niet baten, daar zij hem niet eens wilden lezen.

Dit vonnis wekte vreugde en smart. Deels waren de predikanten verblijd, deels vonden zij het met de Schotsche leeraren te hard, doch er werd in 't geheel geen poging in het werk gesteld om revisie van het vonnis te verkrijgen.

') Idem, blz. 510.