is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij op zijn hoede voor die geringschatting van regel en woord, daar het zoo Jicht een hoofdpeluw voor de luiheid wordt, en men op die wijze zoo licht de werkende en helpende oorzaak met den uitwendigen regel verwart, en ereenedeur voor de bedriegerijen des Satans dooi' geopend wordt.

Even onschriftuurlijk was hunne meening in zake het dragen van sieradiën. Neen, «lat was natuurlijk niet geoorloofd onder het Nieuwe Verbond, bij het licht van het Evangelie. ') Wel stond God dat toe onder dat oude uiterlijke Verbond, uf verdroeg het zonder het goed te keuren, maar nu in geenen deele, daar de moreele Wet nu strakker gespannen was dan weleer, eene meening, die geheel op de lijn ligt der Wederdoopers en Socinianen. Wij nemen het op voor het tegenovergestelde, zegt Koelman. Zeker, ook wij raden tot eenvoud en nederigheid; ook wij strijden evenzeer tegen het misbruik dier dingen, maar breken gaarne op grond van het Woord Gods een lans voor het gebruik. Hadden de Aartsvaders niet allerlei kostbare zaken, en liet bijvoorbeeld een Abraham door Eliëzer niet kunstvoorwerpen aanbieden aan Rebekka? Is de Geest der H. Schrift niet juist een geest deiwijsheid en der kennis, en weten wij niet, dat de lieer de kunstvaardigheid der vromen zeer prijst. (Spreuken 31 : 10, IS, 22)? Wie is het, die diamanten en peerlen doet ontstaan, en'die den H. Priester als bezaaid met smaragden en edelgesteenten liet wonen onder Israël. Zijne glorie afschaduwende? Raadt de Schrift, Pred. 9: 7-8, van den II. Geest ingegeven, niet aan , die zaken te gebruiken tot onderscheiding van burgerlijke ambten en standen? Neen; één ding is zeker: wie dit alles voor ongeoorfbofd houdt, hij bindt de goedertierenheid in van dien God, die niet alleen het noodige gaf tot het wezen, maar zelfs het schoone er aan toevoegde tot het welwezen der menschen.

• ) Idem, blz. 258—201.