is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En eindelijk uit het vele nog dit, betreffende huwelijk en echtscheiding, om te toonen, waar men op deze lijn voortgaande terecht komt. De Labadisten stellen de volgende eischen aan iemand, die wil gaan trouwen.1) In de eerste plaats behoort een zoodanige wedergeboren te zijn; vervolgens mag hij niet letten op stand, geld, adel of iets dergelijks; en eindelijk is hij geroepen iederen vleeschelijken lust te bedwingen, opdat het vleesch verre zij van het huwelijk. Dat Koelman dit met kracht tegengaat, spreekt vanzelf. Hij zegt n.1., indien iemand, onwedergeboren zijnde, de gave der onthouding niet heeft, dat hij dan trouwe naar het bevel en den raad van den Apostel Paulus. AVart de eischen betreft, die men aan zijn aanstaande mag stellen, dit: indien genade het eerste en voornaamste blijft, wat men in elkander zoekt, dan is het andere alleszins geoorloofd en mag wel degelijk gelet worden op bijkomstige dingen. En dan, wie onder de begeerlijkheden des vleesches ligt, dat hij juist trouwe, opdat men allerlei schande en schade voorkome.

Eene dwaling, die in hare strekking nog veel gevaarlijker bleek, was deze, dat het wedergeborenen geoorloofd waste trouwen zonder inachtneming der burgelijke ceremoniën, daar zij aan elkander verbonden zijn door de wet der liefde en des geestes. Wat, repliceert Koelman, moeten Christenen niet juist toonbeelden van orde en tucht zijn, zich onderwerpende aan de burgerlijke wettenHoe licht kan die geestelijke harmonie verbroken worden, en wat zal dan het gevolg zijn èn voor de ouders èn voor de kinderen.' Hij huivert voor zulke beweringen. Want dat zij eene scheiding niet voor onmogelijk hielden, ja zells bij éénig verschil gewenscht achtten en gemakkelijk wilden maken, kan bijna met zekerheid afgeleid worden uit hunne pogingen

') Dwalingen vvedei'legt, Cap. 19, 1''

9