is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijd is met die der moederkerk. Ja, ook bet derde hoofdstuk moet nog dienst doen om Descartes van eene minder aangename zijde te doen kennen, nl. als te zijn een lasteraar, een tegenstrever van het licht, een atheist.

Met Cap. IV begint evenwel iets anders. De persoon van Descartes is genoeg ten toon gesteld. De auteur wil nu eerst, zooals hij het zelf noemt, «eene vertooning van de natuur van de ware en valsche wijsbegeerte geven»,1) om tevens de schadelijke nieuwigheden en het giftige der nieuwe Cartesi-

aansche philosophie te «ontdekken».

« Philosophie », zoo begint hij, «beteekent liefde tot wijsheid». Maar oorsprong vindt zij als zoodanig in God, den \ader der lichten zelf. Hij verleende ze aan de eerste menschen; zij hadden een klaar begrip en doordringend verstand van

de heele natuur, van natuurlijke en hoven-natuurlijke dingen.

Tot bewijs daarvan gaf Adam aan alle de dieren namen naar hunnen aard: hij kende alle de verborgen krachten, eigenschappen en werkingen van beesten, boomen, kruiden, bergstoffen, den invloed der hemel-lichamen, den loop van zon, en maan en sterren, het heele werk der Schepping. De zonde heeft hem wel veel daarvan ontnomen, doch hem niet zoo verduisterd, «lat hij niet eene groote mate van de philosophie behield. Door middel van hem is die wetenschap omtrent de natuur der dingen zonderling voortgezet tot zijne nakomelingen, bijzonder de Hoofd-leden der ware Kerk. Want het is meer dan waarschijnlijk, dat Seth,Enoch, Methusalem zeer in de philosophie ervaren waren en in hunne huisgezinnen die voortzetten.2) «Zoodat wij op goede gronden bevestigen en besluiten, dat de heidensche volkeren, die buiten Gods verbond waren, en die misten Gods Woord en Geest, en de overleveringen van de wetenschappen, welke

') Idem, blz. 92. 2) Idem, blz. 94.

11