is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingedronken hebben, moet niet van een ieder getenieeru worden.»1) Ja, er kwam nog eene verontschuldiging hij. Niet alleen moest niet de eerste de beste aan < 1 it weik gaan, maar die het deed, behoorde nog wel degelijk toe te zien, hoe hij het deed, onderscheid makendetusschenmiddel en doel. «Wat den wil aangaat,» lezen wij duidelijk, «men moet ook onderscheid maken tusschen de twijfeling, die het einde betreft, en degene, die op de middelen ziet. Die het twijfelen aan God zicli tot zijn oogmerk stelt, die zondigt z waarlijk, omdat hij in eene zaak van zoo groot belang onzeker wil blijven; maar indien iemand zich die twijfeling voorstelt als een middel, om tot een klaarder kennis van de waarheid te geraken, zoo doet hij een werk, dat ten hoogste godvruchtig en eerlijk is, omdat niemand het einde kan willen, of hij wil ook de middelen, en degene doet ook niet kwalijk, die tot datzelfde einde al de kennis, die hij van God kan hebben, voor een tijd uit zijn geest wegdoet.» 2) Dat was in het kort, wat Descartes wilde. Zinnen, mathematische demonstratiën, het bestaan van God, alles moest in twijfel getrokken worden, wel niet door allen,ook niet als doel, slechts als middel: toch was het uitgangspunt om tot zekerheid te komen het «de omnibus dubitandum »; de grond van absolute zekerheid werd gezocht ia den inensch.3) lloe stond Koelman tegenover die stelling.' Dit laat zich denken. Schuwde hij misschien allen twijfel.' Wilde hij als wetenschappelijk man alles aannemen wat zich als waarheid aandiende? Integendeel. Hij handhaafde het goed recht van den twijfel en heeft zich op dit punt zeer beslist en duidelijk uitgesproken. «Het ware wat anders», ") zoo

') Idem, blz. 404.

2) Idem. blz. 407. u

3, Dit is duidelijk uiteengezet door Dr. Fh. J. Hokukmakkk, in '/Op het

fundament der Apostelen en Profeten'/, l",e jaargang.

Idem, blz. 161.