is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<1e Rprle moest ziften, wat waar was en waar kon zijn. Booze geesten waren slechts ziekten; van den duivel bezetenen, rnensclien, die behept waren met den « geest der krankheid ».') Deden de Engelen Gods iets, dan was dat enkel een wijze van beschrijving van «le macht en van de .laden Gods. En zoo heel de 11- Schrift door. Tegenover dit alles handhaafde Koelman de autoriteit der H. Schrift. Beweerde Berker, dat «de Duivel zo in de hel opgesloten was, dat hij op aarde niet was, noch werken kon», dan wees Koelman hem terstond op allerlei inconsequenties, en poneerde tegenover zijne subjectieve meeningen het gezag der H. Schrift, die toch duidelijk van de werking van dén duivel spreekt. -) Lachte Bekker om liet geloof van toverijen, duivelsche waarzeggerijen, spooksels, bezetenheden, aanvechtingen en droomen»,3) dan verklaarde Koelman, dat lnj er wel degelijk aan geloofde èn op grond der H. Schrift, en op grond der rede, ofschoon de «schriftuurlijke bewijzen steeds het fundament blijven, waarop zijn gevoelen principaahjk

gebouwd was ». .

Wat was dit anders dan de toepassing van het Cartesiamsme. Gods Woord van zijn gezag beroofd, de rede norm en kenbron der waarheid! Koelman zegt dit met zooveel woorden: «Doch ik verzekere mij, dat hij bezeten en verblind zijnde door zijn voor-ingenomene voor-oordeelen, op zijn Sociniaanschstoutelijk en hardnekkiglijk, de reden in dezen heeft gesteld tot een regel en richt-snoer van zijn geloof, en van zijn verklaring der Schrift, en dat hij daarop bestaan heeft Gods Heiligen onfeilbaar Woord te buigen en te verdraien, met veel moeite, en krenking van 't licht van zijn Conscientie, en van Gods Geest in hein.»4) Ja, wilde men de «oorzaken, aanleidingen

') Idem, blz. 117.

i) Idem, blz. 123—134.

3) Idem, blz. 443.

>) Idem, blz. 48