is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0^9

toepassing, de ziel van elke prediking, ontbrak. En wanneer zij nog met eene toepassing eindigden, was deze dikwijls zoo bedenkelijk ruim, dat zij de vromen angstig maakte en de boozen goddeloos deed blijven.') En — was de preek afgeloopen, dan werd met de toga gemeenlijk al de ernst afgelegd. Gelaat, stem, taal, alles veranderde plotseling. Men had de rol, waarin men zich had ingewerkt, gespeeld; — de gewone boert kon weer beginnen.2)

Verwondert het U, vervolgt Koelman, dat deze heeren met al de kracht, die in hen is, opkomen voor de Formuliergebeden ? Uit de borst bidden, vermochten zij niet, en achtten zij dus schadelijk voor de Gemeente. Neen, dan maakten hunne, met allerlei bloemkens versierde en bij alle gelegenheden herhaalde gebeden beteren indruk. Wat meenen die andere leeraars wel? liet moest verboden worden, beweerden zij. En het was daaraan te danken, dat zij op Classicale en Synodale vergaderingen zoo krachtig tegen het vrije gebed ageerden.3)

Wat er bij die gemoedsgesteldheid en op dien trap van geestelijk leven van de catechisatie en het huisbezoek terecht kwam, laat zich denken. Droever kon het niet. Zelfs kwam bet voor, dat de lleeren Staten van Holland en West-Friesland den predikant moesten opwekken tot betoon van meerderen ijver in dezen. *) Eigenlijk achtten de heeren het beneden zich; deden het dus weinig en troffen liefst niet te groote kennis bij de leerlingen aan. En of de herder zijne schapen van aangezichte kende? Gewoonlijk niet, en kwamen zij nog aan klankbedden of bij stervenden, ach, hoe onbeteekenend was dan gewoonlijk hun optreden! Altijd dezelfde gebeden; immer dezelfde troostgronden. Nooit onderzochten zij de

') Idem, blz. 20.

2) [<lem, blz. '27.

3) Idem, blz. 28. *) Idem, blz. 29.