is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warmte, terwijl du Predikanten de genade en de vertroosting bedenkelijk algemeen voorstelden.1) En hoe zou men verder eenig geestelijk leven kunnen verwachten, waar een formuliergebed'werd voorgelezen, het zingen der Psalmen meestal zonder eerbied aangehoord, eene Psalmberijming als die van Datheen zóó onbekwaam en onstichtelijk gebruikt, en bovendien gezangen gezongen en op een orgel gespeeld werd.2) En dan, vraagt Koelman, wat komt er op die manier terecht van den H. Doop, dat groote sacrament van de inlijving in de Kerk? Het werd zeer «geesteloos, onbewogen, met weinig vrucht, troost en kracht» voor de Gemeente bediend, niet alleen, omdat er niet in eigen woorden over den Doop gesproken werd, maar ook omdat men den H. Doop bediende aan allerlei kinderen, hoe goddeloos, onwetend en wereldsch de Ouders ook mochten zijn. Eveneens werd het H. Avondmaal door de voorlezing van het Formulier grootendeels van zijn luister en troost beroofd. Ja, er waren zelfs zaken, schijnbaar van minder belang, maar welke volgens Koelman's meening de kleine vossen waren, die den wijngaard des Ueeren kaal hielden en van geestelijke vrucht beroofden. O. a. de gewoonte, die bijna alom in zwang was, om na de viering van het II. Avondmaal en na bediening van den II. Doop, ja zelfs bij de begrafenis der dooden in een open schaal een aalmoes als een oiferande te leggen, om niet te spreken van de gewoonte om de viering des H. Avondmaals, op zijn paapsch, te binden aan de feestdagen.3) Ja, Koelman keurde zelfs af, «lat men in de kerk komende privaat bad. Dit behoorde daar niet thuis, üet was de plaats van gemeenschappelijk gebed. Het was Roomsch. Het werkte het

') '/Neèi'land Plicht en Voorbeeld'/ blz. 178—179.

2) Idem, blz. 180.

3) Idem, blz. 182.