is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de personen en zaken, tegen dewelke men zondigt, 3°. dooide hoedanigheid en <le wijze van de misdaad, en eindelijk door «le plaats waar en den tijd wanneer.

Na dit alles zijn wij genaderd tot de verklaring van de geboden Gods. Dat het hier niet oppervlakkig toegaat, laat zich denken Verrassend, soms schijnbaar iets gezocht zijn de verklaring en de toepassing. Wij willen trachten den geest van dit werkje te doen kennen door enkele opmerkingen mede te deelen. Tegen het eerste gebod wordt men geacht te zondigen, wanneer men «zelden en dan uit gewoonte bidt»,1) wèl gelooft in «de rechtvaardigheid Gods en niet in genade», evenals Asa in krankheid meer aan de medicynmeesters hangt dan aan God. Dat wie den beeldendienst eenigszins toestemt schuldig staat aan overtreding van het ^de gebod,2) hgt voor de hand, maar dat ook zij in zake de overtreding van dit gebod niet vrij uitgaan, die met hunne kinderen St. Nicolaas vieren,3) die de bijgeloovigegewoonte hebben om onder het wasschen hunner handen aan de afwassching der zonden in Christus' bloed te denken, of die het bidden aan zeer toevallige gelegenheden verbinden, als het slaan eener klok of het niezen van dezen of genen,4) zou men oppervlakkig gelezen, niet denken. Dat met de verklaring van het derde gebod ook ernst gemaakt wordt, blijkt als men leest, dat die Ouders aan overtreding van dit gebod schuldig staan, die gedoogen, dat hunne kinderen op een Christelijken feestdag een lied voor de deur zingen om geld,") en ook hieruit, dat zij voor schuldigen worden aangezien die met kreupelen en bultigen den spot drijven, als ook allen, die almanakken drukken vol leugenachtige voor-

') Idem, blz. 19.

-) Idem, blz. 35.

3) Idem, blz- 37.

») Idem, blz. 42.

5) Idem, blz. 69.