is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

bemoeit, vloeit enkel voort uit Krakeel- en Twist-ziekte»') « Koelman is een woudezel van een mensch als Ismaël, en zijne hand is tegen allen; komt er een Balak, die lieni verzoekt, hij is dadelijk met Bileam gereed om Israël te vloeken en het loon der ongerechtigheid te verdienen. Staan Korach, Dathan en Abiram tegen Mozes op, terstond is Koelman met allen, die naar hem willen luisteren, in de wapenen tegen Mozes».2) Zijn dit zeker geen vleiende woorden, men kan ze nog heilig noemen, vergeleken bij hetgeen in het «Portrait van J. Koelman» gevonden wordt.

Daar lezen wij o a.: «Was het te doen met bektrekken, bakhuis-plooien, het dragen van korl haar, boven de ooren gesneden, een klein betje, het omhangen van een zwait manteltje en dragen van een zwart calotje onder een hoogen kardinaals hoed inet een breeden kwakers rand; ik zou dadelijk zeggen, dat gij een leeraar waart».3) Trekt hij zijn leeraarsambt in twijfel en noemt hij hein spottenderwijs «Apostel Koelman», hij komt nog tot ergere dingen en werpt Koelman allerlei schandelijke dingen voor de voeten. Het heet o. a.: dat Koelman een «lands-dief» was, omdat bij te Sluis eene hand- of smokkelmolen op zolder bad gehad, waarmede hij graan maalde.4) Verder slingert hij hem het verwijt naar het hoofd, dat hij de huizen der weduwen binnendringt om «zijn luien buik» met de beste spijzen en dranken te vullen. 0)

Had dit betrekking op zijn karakter en eerlijkheid, als oeleerde komt hij er niet beter af. Zeker, zegt Walten,

O °

ik ben het volkomen met hetgeen Dr. Swahtte, in zijn boek, genaamd «de Geest en Inborst van Jacobus Koelman »,

ij «Onwedeileggelijk Bewijs van liet Recht, de Magt en de 1'ligt der Overlieden in Kerkelijke Saken/- d. eüious Wai.ten. 1689. Opdr. p. 3.

2) Idem, blz. 3—4.

3) //Portrait van J. Koelman», blz 7.

*) Idem, blz. 29.

■"') Idem, blz. 7.