is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Classis eri Coetus over deze zaak hebben geoordeeld, wij willen alleen vernemen aan welke zijde Lödenstein en Brakel zich geschaard hebben, om dan tevens te beluisteren, hoe Koelman zich zelf uitliet, en aan te toonen, hoe hij niet anders kon schrijven krachtens zijne beginselen. Als vanzelf biedt de gelegenheid zich dan aan oin te spreken over de houding der Kerk in haar geheel en tevens om onze eigene gedachten over deze kwestie uit te spreken.

Met een Petrus-ijver heeft Jodocus van Lödenstein zich in dezen strijd gemengd. Wij lezen althans bij Dr. Proost, dat toen in geheel Nederland een diep stilzwijgen werd bewaard «en de zaak van Koelman nog bij lange na niet tot een eind was gebracht», Jodocls van Lödenstein reeds kloekmoedig zijne stem verhief. Hij kon het blijkbaar niet langer uithouden; althans wij lezen,-') dat Koelman zijne tevredenheid over zijn vriend Lödenstein uitsprak, toen hij de lafheid van zoovelen moest betreuren; zwegen allen, van zijnen Stichtschen vriend moest hij zeggen: «'t Is waaiden getrouwen en ijverygen man Godts Ds. Lodensteyn, heeft klaar genoeg en meermaal dat quaadt tot Utrecht bestraft, en uytgeroepen, bysonder op Vast- en Biddagen». Bevestigt Dr. Proost dit schrijven van Koelman door te zeggen: «de bewijzen hiervan zijn dan ook in zijn leerredenen voorhanden», wij willen slechts enkele geschriften van dezen

leeraar ter sprake brengen.

In het jaar van Koelman's deportatie en bannissement verschenen reeds twee geschriften van Lodenstein's hand, waarin hij op ondubbelzinnige wijze het optreden der Overheid afkeurt en zich een krachtig kampioen betoont voor de

autonomie der Kerk.

Het eerste geschrift waarop wij het oog hebben, is een

') Proost, Jodocus van Lödenstein, blz. '220 - 231.

"■) llist. Verh. v. d Pi-oced. Theophii.us PaRRESIOS, blz 466.