is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen gelijk heeft, als hij er op wijst,2) dat Koelman nergens elders werd beroepen en tevens vraagt: «Doch waarom kan men niet geestelijk zijn in gehoorzaamheid aan de Kerkorde»? Naar het ons voorkomt, hadden Lodenstein, Brakei. , Koelman en Wiei.enga hunne afkeuring gericht moeten hebben aan het adres der Kerk en Kerkdijken, die om der wille van de politieke approbatie der Kerkorde, verzuimd hadden te waken voor de rechten der Kerk. Gewis, ook wij achten de verhouding tusschen Overheid en Kerk, zooals die toen ter tijd was, niet wenschelijk noch schriftuurlijk, maar meenen bij de beoordeeling van het «geval Koelman» rekening te moeten houden met de historisch geworden toestanden en betrekkingen. Met Dr. Vos oordeelen ook wij. dat Koelman zich waardig heelt gedragen in zijn ballingschap. Hoe gemakkelijk had hij zich kunnen aansluiten bij de Labadisten of het beroep naar Herfort kunnen aannemen, maar dit deed hij niet. Wij achten het groot in hem, dat hij zich niet in de separatistische wateren verloren heeft, en dat hij, terwijl allen hem verlieten, niet naliet te arbeiden aan den opbouw der veel geliefde Kerk, ofschoon wij zijne handelwijze afkeuren en zijn denkbeelden indezen

independentisch noemen.

Zoo blijft ons dan nog de laatste der vragen, die wij

stelden, over, nl. of Koelman invloed heeft geoefend.

Men heeft soms van die stillen in den lande, wier stem bij hun leven niet op de straten gehoord wordt, maar wier naam na hun verscheiden bij duizenden in gezegende herinnering blijft en wier invloed duurzaam is. Gelukkig zijn zij niet de éénigen, die invloed oefenen. Het is toch niet ieder gegeven ver"te blijven van de woelige markt van het leven en in de stilte der eenzaamheid te arbeiden aan de voorgestelde levenstaak, 't Zou er althans niet host uitzien met een

2) Vos, a. w. bh. 52.