is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O Leem! begryp doch wel dat God uw Maker is,

Dat hy, uw Vormer, vry is van verbintenis Tot u: dat gy flukx voor zyne hoogheit zwigte.

Wij bidden nu dan aan, O Bron en Leevensader!

Als gy uw oordeel streng op 'taardryks vlak uitvoert, Als gy uw Kerk, uw volk gelyk in banden snoerd,

Op dat 't u heiligheidt daar door gebragt wiert nader,

Als gy achynt wonderlyk te hand'len op der aard,

Dat uw gelifde volk van u niet wordt gespaard,

Maar dat ge uw erfdeelslot zyn Leeraar komt te ontrukken, De Wachters, die geplant op Zions trans en muur, Uwe Euangelyleer verkonden uur op uur:

Wy willen ons op 't laagst demoedig voor u bukken.

Wy willen met ontzig en 't gansche zielvermogen,

Ons werpen voor uw Throon, en roepen dat u wil Altoos geschieden mag, terwyl wy ons gansch stil In u berusten, en ons zelf als zyn Onttogen.

Nu self ons van uw hand als slag op slag toekomt ,

Dat nu uw wraakzweerd 't volk en 't Land als maakt verstomt; Dat in dees zwaarbenauwde donkerswarte dagen,

Nu 't alles als van rouw en bitt' re droefheidt smelt, Om 's Konings verlies, laas door de dood geveldt;

Ook noch een Cederboom door u werd neergelagen.

Een Boom des Libanons geplant in 'sHeeren Hoven.

Die zoo veel vruchten droeg van Godtvrucht en van deugt, In wiens ryk schaduwloof Gods volk zich heeft verheugt, Daar zien wy nu de Kerk zoo ylinkt van beroven. O Hoogverlichte Man! o Godgeweyde Tolk.

O Koelman wijd vermaard! o Bidder voor volk !

Die 't hemels waarheits leer met zoo veel kracht quam leeren, Die Gods geheim ontsloot, en 't heilig Vreeverbond Van God met 's schepsel, nu verdorven door de zond'

Zoo net ontvouwde en hoe 't tot God moest wederkeren;