is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vereischt weinig kracht der verbeelding om, nabij die, ten deele uitgegraven, zandheuvels daar, Zuidelijk van het station, de nakomelingen van Jacob aan hun gedwongen arbeid te zien steenen en klei aandragende, en, anderen, aan het bouwen. Alles onder opzicht van werkbazen met den stok, en opzieners met een zweep gewapend, waarvan zij, niet spaarzaam, gebruik maken op het bloote lijf der onderhoorigen om hen tot spoed aan te drijven. Of om, in gedachten, de stad te zien, gelijk deze geweest moet zijn tijdens den uittocht, toen Israël, ten Noord-Westen van haar, één nacht kampeerde. Uren lang zou men hier willen peinzen, en, met de Schrift in de hand, willen luisteren, naar wat die puinhoopen, dat zand, geheel de omgeving hier, verkondigen. Doch de reis moet voortgezet worden; voorbij Birket-Mah, S a m e h, en Teil e 1 - K e b i r, Arabi's plaats, met zijn ruïnen van kleihutten, en zijn troepen kinderen, die langs den trein loopen, in alle mogelijke toonaarden om „backsheesh" schreeuwende; en voorbij A b u - H a m m a n naar Zakazig, een uur, per trein, van „Rameses," gelegen.

Zakazig....; een stad van 20.000 inwoners; met Westersche katoen-stoomfabrieken . ...; een spoorstation, waar beambten, in lange, blauwe, vuile gewaden rond slenteren, en een halfFransche restaurant is, met Duitsche kellners, en, meest Engelsche of Amerikaansche toeristen, in elke schakeering van dat snel toenemend geslacht.... Alles Westersch. Maar neen: Zóó is het niet; dat is zinsbedrog; een mirage der woestijn. Want in werkelijkheid is hier Pi-Bast (Bubastis), het P i - B e s e t h der Heilige Schrift.

Zet u slechts op die zandheuvels, daar; een weinig naar het Zuiden; en zie de regelmatig gebouwde, uitgebreide stad; aangelegd niet later dan den tijd der koningen van de 40 Dynastie; tusschen de Pelusische- en Tannische armen van de Nijl, en aan de heirbaan van Zuidelijk Egypte naar Syrië; tegelijk belangrijk

Genesis 46 : 28, waarheen Jacob Juda voor zijn aangezicht heenzond tot Jozef om aanwijzing van Gosen. Zij hierbij ook opgemerkt, dat de god Heron, eenzelvig moet geweest zijn met Atum = Tum, den „heer van het land van Hierooöopolis (Wilkinson III, 178), de stad aan het Kanaal van de Nijl naar de Roode Zee". ,,De Naville vond in Pi Tum Romeinsche inscripties, met den naam ero c'astra, „het kamp Ero", — in het Egyptisrh A ru, meervoud van Ar, (magazijn, pakhuis) = „Stad van magazijnen".