is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de verdediging des lands, tegen aanvallen uit het N. Oosten, én als aangewezen handelplaats. Naar haar verkozen beschermster, verkreeg zij den naam van Pi-Bast, „het verblijf van Bast", de godin, zoowel in Boven- als Beneden-Egypte, vereerd; onder het beeld van een mensch met den kop van een leeuw (verpersoonlijkende de hitte der zon ter verbranding, verderving, en dan den naam van Seghet dragende) óf met een katten- kop (de koesterende, vruchtbaar makende hitte der zon). In het midden der stad; op een schiereilandje, gevormd door twee, 100 voet breede en met boomen overschaduwde, kanalen uit de Nijl, zóó, dat hij uit elk deel der hooger gelegen, en telkens opgehoogde stad, zou kunnen gezien worden, is de Tempel van Bast opgericht. Een pronkstuk van bouwkunst, in rood graniet van Syene opgetrokken; met een voorportaal van 80 voet lang en 60 voet wijd, waarin beelden en versieringen van Cheops en Chefren, van Rameses II en Osorken II; met een feestzaal, ook 80 voet lang maar 130 voet breed; en een colonade met twee rijen monolith kolommen en vierkante pilaren; en daarachter de eigenlijke tempel, 160 voet lang aan elke zijde; het geheel in het midden van een groot, boomrijk plein, 400 voet in het vierkant, omgeven door een muur van kostbaar graniet, met slechts één hoogen, wijden, kunstig gebeeldhouwden ingang.

Hierheen trekken jaarlijks honderdduizenden van mannen en vrouwen, luidruchtig in booten de kanalen van de Nijl afzakkende, om dan, op het feest van Bast, zich aan de grofste buitensporigheden en zedelooste uitspattingen over te geven ; aan hemeltergenden dienst des vleesches, onder den naam van godsdienst. Het was vooral deze dierlijke vorm van afgodsdienst, waarmede de Kinderen Israels in aanraking kwamen, gedurende den laatsten tijd van hun verblijf in het diensthuis, en wier besmetting hen aankleefde bij den uittocht; gelijk blijkt uit de oprichting en vereering van het gouden kalf: „En zij offerden brandoffer en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op om te spelen". Juist zóó als het de gewoonte was, op het feest van Seghet Bast.

In Bubastis zal de Farao gewoond hebben bij wien Abram verkeerde, toen er hongersnood heerschte in Kanaan; en kan de verblijfplaats des konings geweest zijn, toen Jozef geroepen werd om diens droomen uit te leggen.