is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot een gewichtige operatie, die, straks, door Paterson verricht werd. De inrichting van het hospitaal was, naar ik verstond, nog niet zoo als men die, met het oog op de uitbreiding van het werk, wenschte. Toch reeds droeg de Medische Zending ook hier, onder een fanatieke Mohammedaansche bevolking, gezegende vrucht. Vertrouwen werd gewekt, en de deur geopend voor de prediking des Evangelies, niet slechts plaatselijk, maar ook in de omgeving, waar Dr. Harpur aan lijders geneeskundige hulp mocht verleenen, en, tegelijkertijd, Christelijke geschriften verspreiden, in welken arbeid hij te Aden, Hodeida en op zijn reizen in Suakim en in den omtrek van Sinai, onder Arabieren, goede oefening verkregen heeft. Trouwens; alleen een man van bekwaamheid en ondervinding, bij volkomen toewijding aan het werk, kan hier met hoop op vruchten arbeiden.

Na geruimen tijd in het Hospitaal vertoefd te hebben, kwam ik eindelijk op het platte dak van het ruime gebouw, waar ik verrast werd, meer dan in weinige woorden kan worden uitgesproken, door het niet te beschrijven, aangrijpend schoone, panorama, van hier te aanschouwen. Naar het Oosten en Noorden, Oud-Cairo, geleidelijk overgaande in Masr el-Kahira; en naar het Westen, de Pyramiden van Ghizeh en de woestijn. Maar bovenal, eenig schoon was het gezicht op de Nijl. Niet die rivier, gelijk zij van den top der Groote Pyramide gezien wordt, een zilveren streep gelijk, tusschen zoomsel van groen, in het midden der grauw-gele woestijn. Maar de Rivier; breed als een klein meer; statig, op geringen afstand, voorbijstroomende; en, onvermoeid van haar 4000 mijlen langen loop, zich spoedende om de zee te bereiken. En zóó onweerstaanbaar aantrekkelijk werd mij de rivier, dat ik mij, ten slotte, haasten moest om, nabij het Hospitaal, (ongeveer op de plaats, waar, naar de legende, Mirjam gestaan zal hebben, toen de dochter van Farao het „jongske" van den dood in het water redde), in een k a r i b te stappen om daarmede, op de Nijl, naar Cairo terug te varen.

Nijlvaart.

Snel ging de vaart niet, met de kleine boot, die slechts één zeil voerde, want de wind was tegen, en wij moesten aanhoudend laveeren. Maar, ik had ook geen de minste begeerte om, zoo snel