is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowel Alexandrië als Cairo herhaaldelijk bezocht had, en door woord en schrift den Joden daar het Evangelie had verkondigd, hen, in den Naam des Heeren, opeischende tot het geloof in den Messias. Met Rabbi's en anderen, had de vurige Wolff meermalen belangrijke gesprekken gehad; Bijbels en tractaten waren door hem uitgedeeld; één Jood uit Cairo was door hem gedoopt; en aan vervolging van de zijde der Rabbijnen, o. a. door het uitspreken van den ban over allen, die zich met Wolff inlieten, had het niet ontbroken. Zijn arbeid was echter slechts van tijdelijken aard, vooibereidend ; doch zal den stoot gegeven hebben in de EngelschEpiscopaalsche kringen, waarin hij zich, als predikant der Anglicaansche Staatskerk bewoog, dat het bovengenoemd Zending-Genootschap het werk onder Israël in Egypte opvatte. Hoe dit zij, in het begin van 1847 werden de Zendelingen C. L. Lauria, eertijds een rabbi, en J. B. Goldberg door het Genootschap naar Cairo gezonden om daar in het Evangelie te arbeiden.

Om de vele natiën, die men hier aantreft, is Cairo een „Encyclopedie der Volken" genoemd. Dit is bijzonder waar met betrekking tot Israël.

Hier toch wonen niet slechts Joden uit verschillende landen, maar is het Jodendom der geheele aarde vertegenwoordigd: Oosterschen en Westerschen; Ashkenazim, Sephardim en Karaïten, van alle mogelijke schakeering; de meest bijgeloovigen en de uiterste liberalen; strenge Talmudisten, in alle denkbare haarkloverijen, aangaande leer en leven, opgaande, en „Reform-Juden", die met bijna alles, wat Israël van de Volken onderscheidt gebroken hebben; Conservatieven, versteend en versteenend, binnen hun Rabbinistischen toovercirkel, en Rationalisten, steeds dieper wegzinkende in schier volslagen ongeloof; Farizeesche letterknechten en uiterste materialisten; geleerden en ongeleerden; millionairs en van de armsten onder de armen. In één woord: Van alle Joden, die op de aarde wonen, uit het gloeiend Oosten en het barre Noorden, het CultuurWesten en het wederoplevend Zuiden, zijn er hier woonachtig of vertoeven er tijdelijk. Wel onderscheiden in taal, en kleeding, en in menig ander opzicht. Maar toch als kinderen van één Volk, onder hetzelfde oordeel der verblinding en verharding; doch ook met dezelfde „Woorden Gods hun toebetrouwd," en met dezelfde Beloften van terugbrenging in hun Land; van toebrenging tot den