is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog wéér andere stemmen laten zich hooren; droeve stemmen van ketterij, van verdeeldheid, van scheuring, van schier krankzinnig wroeten in eigen boezem, en van woeden tegen elkander, onder veroordeeld aanroepen van 's Heeren Naam. Vond het zaad des Woords in Egypte een zeer vruchtbare aarde, ook de vijand vond daar een toebereiden akker voor zijn onkruid. En dat bijzonder in de wijsheid van Egypte, die wel de „dwaasheid" des Evangelies in zich wilde opnemen, doch slechts om haar Egyptisch te verwerken, te Egyptiseeren, en niet om zich aan haar, als de hoogste geopenbaarde wijsheid, te onderwerpen. Zoo geschiedde het, dat vooral in Egypte de ketterijen zich openbaarden, die de Christelijke Kerk in de vroegste eeuwen, en later, zoo zeer beroerd hebben, en dat in Egypte bijna iedere ketterij gereede opname vond; dat Egypte een Pandemonium van ketterijen werd. Bij name, Alexandrië, de bakermat van het Gnosticisme. Daar hebben Simon Magus, Basilides, Valentinus, Origines, Arius en zooveel anderen gestudeerd en geleerd; en van daar uit zijn hun ketterijen verspreid geworden. Daar was de Catechetenschool, die zulk een invloed, wel ten goede maar meest ten kwade, op de Christelijke Kerk der eerste eeuwen gehad heeft. In Egypte ook ontkiemde het valsch ascetisme en het monnikendom, dat, van overgeestelijkheid, zich zoo zeer in ergste vleeschelijkheid verloopen heeft. Paulus, Antonius, Pachomius, de vaders van het woestijn-ascetisme en van het mona-

door water; anderen weer door onthoofding, na de verschrikkelijkste martelingen. Sommigen kwamen door honger om ; anderen door kruisiging, onder welke laatsten er velen waren, die men, met het hoofd nederwaarts gekruisigd hebbende, alzoo liet leven, opdat zij van honger sterven zouden.

„Onmogelijk ware het een tafereel op te hangen der folteringen, waaraan de Christenen in Thebais (Zuidelijk-Egypte) waren blootgesteld. Vrouwen werden aan één voet opgehangen , anderen werden vaneen gereten door middel van boomstammen, die met geweld gebogen werden en dan hun gewone stelling hernamen. Deze tooncelen duurden jaren achtereen. Somwijlen werden op één dag, door verschillende martelingen, tien, dertig, zestig, ja eenmaal honderd personen, mannen, vrouwen en kinderen omgebracht."

Wat medegedeeld wordt van het Thebaansche Legioen, uit 6600 Egyptische Christenen bestaande, die, in 286, weigerden te vechten, te Agaunum, tegen medebelijders, in Gallis, en, hun wapens nedergelegd hebbende, zich tot den laatsten man heten dooden, moge overdreven zijn, toch duidt het aan, hoe ver het Evangelie in Egypte was doorgedrongen, en hoezeer het zijn kracht ter geloove onder Egyptenaren had geoefend. Zie: NEANDER, „Kerkgeschiedenis.