is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste liefde reeds lang verloren had, door dwaalleeringen verteerd werd, en van het geloof steeds meer afgeweken, geen veerkracht bezat om, als in de dagen harer planting, voor den Naam van Christus te lijden. Bij duizenden werden haar leden, die de kracht misten om „door hun geloof te leven of voor hun geloof te sterven," door uitzicht op politieke vrijheid en eer, of onder den druk der verdrukking, er toe gebracht om hun gemeenschap met de Kerk te verbreken en Islam aan te neroen; terwijl zij, die getrouw bleven in de gemeenschap der Kerk, deswege zóóveel te verduren hadden, dat hun bestaan bijna onmogelijk werd. Toch bleef de Coptische Kerkals door een wonder Gods, voortbestaan, schoon in een toestand van steeds toenemend verval. Zelfs haar taal ging zoo goed als verloren, en het Arabisch, de taal van Islam, werd haar spreektaal. Bijgelovigheden, ceremoniën, vasten, doellooze uitwendigheden, alles naar menschelijke instellingen, kwamen in de

') „Coptische" Kerk is, in beteekenis, eenzelvig inet „EGYPTISCHE" Kerk, en de benaming heeft, naar haar oorspronkelijke bedoeling, geen betrekking op belijdenis maar op landstreek, n.1. AïyVTtzog, EgVPTE. De verbastering van den Gnekschen naam Ai- Gupl-os, in „Gupt" of Copt is niet moeielijk te volgen. „Copt" betcekende dus Egyptenaar, een bewoner van het land aan de Nijl; de AfyvitTOg Ttoxa^iog van Homerus, vgl. Odessea XIV : 255—5®*

Het was eerst nadat Egypte onder Arabische heerschappij was gekomen, dat de benaming „Copt" de beteekenis kreeg van „Christen" tegenover „Arabier, gelijkstaande met .,Mohammedaan." Als „Copten" werden, sedert, bijzonder aangeduid de leden van dat gedeelte der oude Egyptische Kerk, die aan de monophysitische dwaalleer van Eutvchus vasthouden, terwijl de „Orthodoxen" als „Gnekschen bekend staan. Feitelijk echter zijn, zoowel het meerendecl der „Arabieren (Mohammedanen) in Egypte als de ingeboren Christenen, allen „Copten , d. i. Egyptenaars. De Coptische taal zal oud Egyptisch zijn gemengd met Grieksch, („de taal der Faraoh s naar de schrijfwijze van Homerus", gelijk men het heeft geformuleerd), zoo als het in Egypte gesproken werd vóór Amru. Onder de overheersching der Arabieren werd het Coptisch, als spreektaal, in Egypte verdrongen door het Arabisch, en slechts eenige kennis er van werd bewaard onder de priesters. \ an de Schriften des Ouden Testaments zal er een vertaling bestaan hebben naar die der Septuaginta, en later ook een van het Nieuwe Testament (zoowel in het Memphittsch, van Beneden-Egvpte, als in het Thebaïsch, voor Boven-Egypte), die, fragmenten uitgezonderd, schijnt verloren te zijn gegaan. Een paar eeuwen geleden, moet door Roomsche geleerden een vertaling bezorgd zijn van de Evangeliën, die, misschien, heeft bijgedragen dat de kennis der taal niet ganschelijk verloren ging. In lateren tijd zijn herhaaldelijk gedeelten der Schrift in het Coptisch vertaald; en door het B. en B. Bijbelgenootschap zijn de Evangeliën met de Psalmen uitgegeven in het Coptisch.