is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ment der waarheid, en tot reinheid van wandel, waardoor de superstitie, het dood formalisme, de schier volslagen onkunde en de zedelooze wandel, waaraan die Kerken waren overgegeven, te eerder, én zekerder, zouden ophouden, dan wanneer, van meet aan, op haar diep bederf zou worden gewezen, en, in woord en schrift, zou worden aangevallen. Niet bloot uitwendige, maar vooral de inwendige reformatie der Kerken werd bedoeld; en niet alleen de bekeering der enkele leden maar de terugbrenging der Kerken. En zulks alles, altijd, ook met het oog op den Zendingarbeid onder de Mohammedanen.

Om deugdelijk te kunnen arbeiden, was wel vooreerst noodig, een zoo volledig mogelijke kennisneming van den toestand der Kerken, in de verschillende landen; van de aanrakingspunten, in die Kerken en landen voorhanden of te zoeken; en kennis der hinderpalen, vooral van de zijde der Turksche Regeering, die overwonnen moesten worden. Zeer onverwacht, werd in deze een deur geopend, door het aanzoek van een Roomschen doctor, Cleardo Naudi, te Malta, de hulp inroepende der C. M. S. ten behoeve der Oostersche Kerken in de Levant. Gewillig om deze vingerwijzing te volgen, werd de aangewezen man om den arbeid aan te vangen aanstonds gevonden in William Jowett, die, in 1810, met grooten lof gegradueerd was te Cambridge, en sedert als herder en leeraar gevestigd was te Nottingham, Engeland. Aan Jowett werd opgedragen 1) „onderzoek te doen naar den Godsdienstigen toestand, in de landen langs de Middellandsche Zee", en 2) te onderzoeken op welke meest vruchtbare wijze daar Christelijke kennis kon worden voortgeplant. Te Malta kon hij zich vestigen, en van daar uit het arbeidsveld overzien. Hij moestopmerken, of er eenige gunstige verschijnselen waren in de Roomsche Kerk, hoop gevende op haar terugbrenging tot de waarheid. Maar vooral, had hij rechte kennis te nemen van den toestand der Oostersche Kerken; der Grieksche Kerk, zoo Syrische als Jacobietische; van de Coptische, Abyssinische, Armenische en Nestoriaansche Kerken". Voorts, moest hij „zijn oog laten gaan langs de kusten der Middellandsche Zee, waar de valsche Profeet zijn banier had opgericht en naar Turkije". Dan moest hij „onderzoek doen naar de Joden, bij menigten in de Mohammedaansche staten levende" ; noch „mocht hij de Drusen en andere vreemde formaties" overslaan. Jowett had te bezoeken, en te correspondeeren met de hoofden der verschil-