is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het motto; doch nooit voorwaarts ten koste van wat reeds gewonnen werd. Bijzonder bevoorrecht werd deze Zending in de keuze van arbeiders, die, van tijd tot tijd, tot het werk in Egypte door de Kerk in Amerika werden afgevaardigd. Mannen, bijv., behalve de reeds genoemden, als Ewing, Ebenezer Currie, Andrew Watson, Harvey; en vrouwen, als de zusters Mc Cague, A. Strang, Mary Galloway, Miss Mc Known (blind geworden in den arbeid); mannen en vrouwen van name in de Zending, die zich aan schier alles onderwierpen als het belang der Zending zulks eischte, en die op bijzondere wijze begiftigd en opgeleid waren tot het werk. Naar zuiver Presbyteriaansche ordening, stond de Zending wel onder leiding der Kerk in Amerika, van welke zij uitging (door Deputaten, daartoe door de Synode aangewezen), maar werd er in Egypte een eigen Classis (Presbytery) gevormd, zoodra zulks mogelijk was, aan welke, door den Board in Amerika, alles overgedragen en overgelaten werd, tot een Classe behoorende; wat mede leiden moest tot zelfstandigheid der gemeenten in Egypte. Ook werd er, van meet af, op aangedrongen, dat de Coptische Kerken, naar vermogen, zouden bijdragen tot onderhoud der scholen en van den eeredienst; terwijl het onderhoud der Zendelingen voor rekening der zendende Kerk bleef. Belangrijk als de verspreiding der Schrift moest geacht worden, werd verkoop daarvan als regel gesteld, en niet gratis-verspreiding. Ook werd van den aanvang, zooveel maar mogelijk was, goede tucht geoefend, waarin de Zendelingen ten voorbeeld waren.

En de Heere gaf zijn rijken zegen op het werk.

Immers:

Klein, in 1855, te Cairo begonnen, heeft het werk zich, in weinig meer dan 40 jaren, boven wat menschen konden verwachten, uitgebreid: Noord-Oostelijk, van Cairo uit, langs de Damietta-Nijl door het Land Gosen, tot aan de zee; en Noord-Westelijk tot Alexandrië en Ramleh; — uitgebreid vooral Zuidelijk, langs de Nijl op, door de Fayum en Beni-Suef, El-Minyaen Asyut districten; door Girga en Kena, tot voorbij de eerste Cataract, de groote waterval van de Nijl, nabij de keerkring van den Kreeft.

Uitgangspunt der Zending voor het Zuidelijk deel werd de tweede hoofdstad des lands, Asyut, het oude Ly co po lis, de „Wolvenstad", thans een brandpunt van Christelijke werkzaamheid, met