is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staten van Amerika, gedurende welke de noodige toelagen voor de Zending niet, of niet ten volle, en gerégeld, ter hand kwamen, waardoor de Zendelingen dikwijls in groote ongelegenheid geraakten, schoon deswege geen klacht door hen werd geuit. Nog later was het de Arabiopstand, en andere politieke beroeringen in Egypte, die het werk dreigden te verstoren. Veel had de Zending ook steeds te kampen met den tegenstand der hoofden van de dwalende Coptische Kerk, wier Patriarch herhaaldelijk van de zijde der Regeering, bij name door den Khedive Ishmael, gesteund werd in de vervolging van Inlandschen, die zich bij de Zending hielden 1). Mohammedanen en Copten,

') Aangaande die vervolgingen zou men een boekdeel kunnen vullen. In naam, bestond er in Egypte vrijheid van Godsdienst. Doch, feitelijk, kon geen Mohammedaan het Evangelie aannemen zonder gevaar voor zijn leven, en werd, onder de regeering van den Khedive Ishmael, de Coptische Patriarch, tot het uiterste gesterkt in zijn woeden tegen de reformeerende Copten. De Khedive, die zich in Europa een grooten naam verwierf wegens zijn „energie", en vooral om zijn, meer dan vorstelijke, feestelijkheden bij de opening van dat Kanaal, 16 Nov. 1869, (die meer dan vijftig millioen gulden gekost moet hebben), maar die alles deed tot eigen voordeel en ten koste van het volk, dat gedwongen werd, aan Kanaal en spoorwegen te arbeiden op eigen kosten, met verwaarloozing van hun oogst op het land of van het zaad op den akker; — deze, naar de zijde van Europa rozengeur -, en naar den kant zijns volks, stank - KHEDIVE ISHMAEL zag duidelijk welk gevaar er voor hem in lag, wilde hij met zijne verdrukkingen voortgaan, dat een deel zijns volks „gereformeerd" werd, door aanname van het Evangelie, dat door de Amerikaansche Zendelingen gepredikt werd. Blind onderworpen aan den Coptischen Patriarch en diens priesterdom, waren de Copten, als slaven, dwingbaar. Doch geestelijk vrijgemaakt door het Evangelie, en toenemende in beschaving en ontwikkeling, was het te voorzien, dat zij voor hun rechten als mensch zouden opkomen, en zich niet, als tot nu toe, lijdzaam zouden onderwerpen aan geforceerden, onbetaalden arbeid, die aan tienduizenden bij tienduizenden het leven kostte; en daarenboven aan bloedzuigende belastingen, ter vulling van zijn Danaïden-schatkist. Hierbij kwam het gevaar, dat de immer voortschrijdende, zeer beleefde, wet-gehoorzame, maar op recht en gerechtigheid onversaagd staande Zendelingen elk geval van verdrukking, in strijd met de reeds zoo zwaar drukkende wetten, ter kennis van hun Consul zouden brengen, die, in saamwerking met andere Consuls, het hem lastig konden maken. Zich er weinig om bekommerende, mat zijn onderdanen geloofden, zoo zij zich maar naar zijn willekeur lieten exploiteeren, steunde hij, waar hij zulks kon, de Mohammedanen tegen de Christenen; en in het bijzonder den Coptischen Patriarch tegen de Presbyteriaansche Zending, die aan Copten, Grieken, Koomschen, Westersche Libertynen en Mohammedanen een steen des aanstoots was. Te wereldwijs om persoonlijk tegen de Zending op te treden, steunde hij den Patriarch in diens „a m b t e 1 ij k werk om ketterij uit het midden zijner kudde te weren"; m. a. w. in diens pogingen om de „Protestantsche Zending" met wortel en tak uit te roeien. Daartoe stelde hij den Patriarch op diens „ambte-