is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar, overeenkomstig het gebruik des lands, zoowel onder de Mohammedanen als onder de Joden en de Copten, gescheiden door een laag muurtje en een rood gordijn. De jongens droegen bijna allen de roode fez (pet zonder klep) op het hoofd, en zagen er mager en bleek uit, met zeere oogen; sommigen misten het gebruik van het rechteroog geheel, misschien wel door moedwillige verminking om de conscriptie te ontgaan. De meisjes, waaronder velen met heldere, schitterende, zwarte oogen, waren gekleed in verschillend, kleurig, gewaad; sommigen, als bedekt met gouden of zilveren muntstukken, en enkelen gesluierd. De vrouwen droegen een zwart zijden overkleed, van een fatsoen, dat ik niet anders kan beschrijven, dan dat het geleek op een nauwsluitenden regenmantel. Het zingen was zeer gewoon, en niet te vergelijken bij het schoone gezang der gekleurde bevolking aan de Kaap. De gezamenlijke klassen werden toegesproken door den onderwijzer eener school, in Europeesche kleeding, waarover hij een donkerkleurigen shawl droeg, en met een fez op het hoofd. De les, voor heden, was Jesaja XXI, en na de toespraak gingen de klassen een ieder naar haar plaats. Dr. Watson geleidde ons van klas tot klas. Onder de onderwijzeressen was één, zwart van kleur als gepolijst ebbenhout, met levendige, bewegelijke oogen, en een heldere stem. Zij was gekleed als een Europeesche, en was, blijkbaar, een degelijke onderwijzeres. Naar ik vernam, was zij een Galla-meisje, óf uit Abyssinië; zij was te Aden werkzaam geweest, doch onlangs naar Cairo teruggekomen. Zulk eene zou een Christelijken Inlandschen Prins kunnen huwen, gelijk Bamba, een kweekelinge aan de Zendingschool te Cairo, in 1864 de gemalin werd van Z. K. H., de Maharajah Dhulup Singh '). Zij sprak goed

1) z. K. H. Dhulup Singh was zoon en troonopvolger van den machtigen runjit singh, Maharajah van de Punjaub, in Noordelijk Britsch-Indië. Na diens dood, in 1839, ontstonden er beroeringen in de Punjaub, die de Sikh-oorlogen van j845—1846 en 1848—1849 met de Engelschen ten gevolge hadden, welke, natuurlijk, eindigden met de annexatie van de Punjaub door Engeland. Zoo kwam de troonopvolger, Dhulup Singh, naar Engeland, waar hij zijn opvoeding ontving, en de bijzondere gunsteling werd van Koningin Victoria. In 1861 werd hij door den doop lid der Engelsche Episcopaalsche Kerk.

In 1864 bevond Dhulup Singh zich te Caïro, op reis naar Indië. Hij bezocht de Zendingschool, en langs dien weg werd hij bekend met Bamba muller, wie hij, eerlang, door de Zendelingen, ten huwelijk vroeg. Koningin Victoria wenschte, dat hij een Indische prinses, in Engeland opgevoed, huwen zou; doch hij begeerde een wel opgevoed, eenvoudig, Christelijk Inlandsch meisje tot vrouw. Bamba was een dochter van Egypte, doch eener Abyssinische moeder; jong, van een innemend