is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engelsch, en wij hadden een kort gesprek te zamen, besloten met een hartelijken handdruk. Mijn hart gaat, onwillekeurig, uit naar zulke inboorlingen van Zuid-Oostelijk Afrika; levendig als zij zijn, vatbaar voor onderwijs, én om te onderwijzen. Het onderricht werd gegeven in het Arabisch; en nadat nog weer aan de gezamenlijke klassen eenige vragen waren gedaan door Dr. Watson, werd de les door hem gesloten met dankzegging. Zulk onderwijs kan niet anders dan goede vrucht dragen.

Na den Zondagschool-dienst gingen wij naar de Godsdienstoefening, op een hooger verdieping, in de kerk gehouden. Ook hier zaten de mannen en de vrouwen, te zamen ongeveer 200 in getal, van elkander gescheiden door een middenschot. De dienst werd door Dr. Watson geleid, en het zingen geschiedde zonder begeleiding van orgel. Van de prediking, in het Arabisch, kon ik niets verstaan; doch het geheel gaf den indruk alsof deze door de hoorders, allen, of bijna allen Inlandsche leden der Gemeente, wel gevolgd werd. Slechts enkelen zullen er onder hen geweest zijn, uit Islam toegebracht, tot het geloof, en de meesten waren geboren Coptische Christenen, nu leden der Gemeente te Cairo.

Zondagavond 6 uur, had ik het voorrecht, tegenwoordig te mogen zijn bij den Engelschen dienst in de Zendingkapel, ditmaal geleid door een predikant uit Amerika. Er was een vrij goede opkomst van Engelschen en Amerikanen, in Cairo gevestigd, en van toeristen; en er waren ook ongeveer een dozijn soldaten, behoorende tot het

uiterlijk, en innemender karakter; een ware belijderesse van 's Heeren Naam, en geheel aan Zijn dienst gewijd, waartoe zij aan de kweekschool te Cairo werd opgeleid. In Juni 1864 werd het huwelijk voltrokken, dat haar tot Maharanee maakte. Uit dankbaarheid voor de opleiding zijner vrouw, gaf Dhulup Singh, voor zijn vertrek uit Egypte, in Bamba's naam, aan de Amerikaansche Zending Jl 1,000 (ƒ12,000), en, 13 jaar lang, een gelijke som op iederen jaardag van het huwelijk; en in 1890 schonk hij aan die Zending Jl. 4,000 (ƒ48,000), waarvan Jl. 2,000 bestemd werd voor de opleiding van jonge lieden tot den Evangeliedienst in de Coptische Kerken.

De Maharanee Bamba, uit Indiö teruggekeerd, overleed in haar eigen woning te Cairo, in 1887. En de Maharajah, die, in Indië, niet kon vergeten dat hij, door geboorte, eigenlijk de Vorst in de Punjaub was, wat tijdelijk tot moeielijkheden aanleiding had gegeven, s'.ierf eenige jaren later plotseling, te Parijs. Uit hun huwelijk werden twee zonen en drie dochters geboren. Opmerkelijk, dat Bamba naar Cairo moest terugkeeren 0111 daar te sterven. Zij is in het geloof heengegaan.