is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geregelden voortgang mochten hebben, en had ik, later, op verzoek van Br. Spillenaar, van de Gereformeerde Zend. Vereeniging verkregen, dat dezê, alleen uit piëteit voor de nagedachtenis van Witteveen, het werk zou overnemen. Dit was later gebleken onnoodig te zijn, door de stichting eener „ Vereeniging tot uitbreiding van het Evangelie in Egypte", die de Zending te Calioub, onafhankelijk van Ermelo, onder haar zorg nam; en sedert eenige jaren had ik nu niet meer, direct, van Spillenaar vernomen. Er viel dus veel mede te deelen, te bespreken, en op te helderen, wat mij bijzonder belangrijk was.

Gemakkelijk heeft deze Broeder het te Calioub zeker niet gehad. Eerst tobben met de zoo moeielijke Arabische taal; verder was „tobben", met ziekte in zijn huisgezin; met onvoldoend salaris; met bouwvallige woning; met helpers, en op andere wijze, langen tijd de orde van den dag geweest. In Juni 1876 was Nyland naar Nazareth vertrokken en bleef Spillenaar alleen te Calioub; in 1882 dreigde de Arabi-opstand het geheele werk met verwoesting. Toch werd er een kleine gemeente vergaderd uit de Copten; en nu telde de school, onder leiding van Br. De Vlieger, een goed aantal leerlingen, zoo jongens als meisjes.

Na met veel genoegen eenigen tijd in de school te hebben doorgebracht, maakte ik, onder geleide van Br. Spillenaar, een wandeling door Calioub. Deze geheel Inlandsche stad, hoofdplaats van de provincie, telt 16,000 inwoners en heeft een vervallen, geen zindelijk, aanzien. Wij bezochten onderscheidene leden der gemeente en anderen, Copten en Mohammedanen; en ik moest, naar landsgebruik, tal van kopjes, Arabisch toebereide, koffie drinken; versta: een kleine mondvol water op heel wat koffiedik, zonder suiker of melk, slurpen uit een speelgoed-kopje (F i n g z a), met een eierdopje (Z a r f) als schoteltje. De lieden, waarmede wij in aanraking kwamen, ook in bazaar-winkeltjes, waren zeer voorkomend en vriendelijk. In een Coptisch kerkgebouw gaf men mij een rond Avondmaalsbroodje, met 12 Andreas-kruisen, binnen een randschrift, in Coptische letters er op gebakken. Eindelijk bracht S. mij, naar mijn begeerte, in het voormalig Zendinghuis, nu bewoond door, naar ik meen, Arabische gezinnen. Veel was, in der tijd, over dit huis geklaagd; en, betrekkelijk, zeer veel had het gekost aan reparaties, die het slechts voor instorten konden bewaren maar nooit bruikbaar