is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heidenen of Mohammedanen in het Evangelie te arbeiden, zonder de noodige voorbereiding en toerusting tot het werk. Zij, die uilgaan, moeten bereid zijn, des vereischt, om de hitte en den last des daags te dragen. Zij moeten zich niet bekommeren met: „Wat zullen wij eten, wat zullen wij drinken? enz." Doch zij, die uitzenden moeten weten, ivat zij doen; moeten, geloovig, „de kosten berekenen." En daartoe behoort voornamelijk, dat zij bekend zijn, zooveel mogelijk, met het arbeidsveld en zijn, ook stoffelijke, behoeften.

Of hier, te Calioub, onder Copten en Mohammedanen, van Holland uit, een Zending moest worden aangevangen, waar in Cairo reeds door de Amerikanen gearbeid werd, is zeer de vraag. Insgelijks, of Spillenaar zich niet aan Colportage-werk onder Arabieren en Copten, waartoe het B. en B. Bijbelgenootschap hem wel voor zijn rekening wilde nemen, had moeten wijden. Doch waar men in Nederland oordeelde, dat hij te Calioub zou arbeiden, moesten daartoe de noodige middelen beschikbaar gesteld worden, opdat het werk niet zou doodkwijnen, vóór het recht was aangevangen.

„L u x e-Z e n d i n g" staat geoordeeld. Maar „H o n g e r-Z e nd i n g" niet minder. Dat de Zending te Calioub bijna verhongerde, is niet te wijten aan Witteveen, alsof hij niet van harte gaarne zenden wilde, wat noodig was, indien hij, zelf wegzinkende in allerlei financieele moeielijkheden, het had kunnen doen. Maar het „aanschouwelijk onderwijs," dat ook de Calioub-Zending levert is, dat men juist „in het geloof" bedachtzaam, en met volledige kennis van zaken, in de Zending moet arbeiden, zal er vooruitzicht van te slagen kunnen bestaan.

Dat de B.B. te Calioub, onder zulke, onnoodig-moeielijke, omstandigheden volhard hebben in het werk is hun tot roem in den Heere. En dat, naar de trouwe Gods, de worstelingen des geloofs in het studeervertrek en in het kerk-kamertje te Ermelo, ook voor Calioub aanvankelijk vrucht hebben gedragen, had ik heden, in het nieuwe Zendinghuis aldaar, mogen aanschouwen.

Calioub in de woestijn van Egypte, en Ermelo op de Veluwsche heide .... Witteveen's werk voor de Zending en der Barmhartigheid, door hem, te midden van veel moeite begonnen, duurt voort en breidt zich uit; doch niet, dan nadat het uit zijn hand aan anderen