is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangrijke bazaars, tal van katoenfabrieken en veel bedrijvigheid. In zekeren zin, is Tanta de voortzetting van Bubastis. Want gelijk naar Pi-Beseth, eenmaal 's jaars, honderdduizenden trokken om het feest van Bast, met onbeschrijfbare uitgietingen van dienst des vleesches, te vieren, zoo komen te Tanta, in Augustus van elk jaar, een half millioen menschen, uit schier alle deelen van Egypte, Arabië en N.-Afrika ter bedevaart tot de tombe van Seyd Ahmed el-Beda\vee, een Mohammedaansche heilige, hier, 600 jaar geleden, begraven; en wordt er dan een groote jaarmarkt gehouden, van meer dan beestelijke feestelijkheden vergezeld. Al wat, en meer dan, Herodotus ') schreef over de uitspattingen op het feest van Seghet Bast, vindt plaats in Tanta, bij de vereering van Seyd Ahmed; en zóó zeden-kwetsend moeten die uitspattingen zijn, dat de Egyptische Regeering gepoogd heeft, er een einde aan te maken; wat echter, om het vleeschelijk fanaticisme der Mohammedanen, misschien ook om de inkomsten van die kermis, niet gelukt is. Gelukkig, dat ook hier, waar zulk een troon des satans is, thans het Evangelie verkondigd wordt, door den dienst der Amerikaansche Presbyterianen, die te Tanta een Zendeling hebben, en twee Zendeling-artsen (dames), benevens een Zendinghospitaal. Tegenover alle ongerechtigheid, het Kruis.

Twaalf mijlen voorbij Tanta, bij Kafr ez-Zaiyat, passeert de trein een lange ijzeren brug over den Rosetta-tak van de Nijl, en 26 mijlen vandaar is Damanhur, het oude Tema en-Hor, „de stad van Horus", den zonnegod van Egypte. Van hier is het nog een uur sporens; door het meest Westelijke gedeelte der Delta; voorbij Kafr el Dawar, waar, in 1882, 10,000 van Arabi's volgelingen zich, met de wapens in de hand, overgaven aan weinige Britsche soldaten; en eindelijk, langs een smallen weg, tusschen de meren M a r o t i s en Edku, wier wateren soms bijna de spoorbaan bereiken; naar Alexandrië, waar ik, bezand en vermoeid, des avonds, ruim 8 uur, arriveerde.

Was er te Cairo, aan het station, geschreeuw en worsteling, soms van vijf of zes, schijnbaar uitzinnige, lieden te gelijk om zich van één reiziger, of van zijn bagage, meester te maken, bij Alexandrië's

■) ii: 60.