is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hotel gearriveerd of ook de sjouwers waren daar met de bagage, die binnen een ommuurde ruimte, pélt me'le, werd neergeworpen op, en tusschen, een halve bootlading koffers en goederen, aan anderen behoorende, waarvan sommigen straks moesten afreizen. Hopeloos scheen het voor iemand om iets van zijn eigendom meester te kunnen worden, terwijl het geschreeuw van sjouwers en drijvers oorverdoovend was. Doch te midden der verwarring verhief „Cook zijn stem, bevelen gevende als een generaal bij het bestormen van een bres geschoten muur; en spoediger, dan men verwachten kon, kwam er regeling in den chaos. Goed is het intusschen, zooveel mogelijk een oog op zijn bagage te houden, tot men deze weer onder eigen berusting heeft, of tot men zeker is, dat de agent er, als uw eigendom, voor zorgt.

Het „Jerusalem - Hotel", waar ik logeeren zou, is zeer gunstig gelegen, even buiten den Noordelijken muur van Jaffa, aan den ingang eener „Duitsche kolonie", die een aantal nette huizen met fraaie tuinen telt. Vlak tegenover het logement, is het kantoor van Cook's agent; en een weinig verder, het hotel en het agentschap van Gaze, — alles aan den grooten weg naar Jerusalem. Een treffende eigenaardigheid van het „Jerusalem-Hotel" is, dat de logeerkamers niet slechts genommerd zijn, maar den naam dragen van een der stammen Israels; zoodat men niet alleen logeert in No. i of 5, maar in „Ruben" of „Issaschar", of naar welken stam de kamer genoemd is. Naar mijn afkomst, van moeders zijde, had ik in „Levi" moeten zijn, of, naar mijn naam, in „Efraim"; doch ik kwam in „Nafthali" terecht, — gelukkig hier niet slechts, als een „losgelaten hinde", schoone „beloften" gevende, maar goed logies verschaffende, met een allerbekoorlijkst uitzicht op prachtige tuinen, en, een schier onbegrensd uitzicht op de Middellandsche zee.

De eigenaar van het hotel, de heer Hardegg, tevens vice-consul voor N.-Amerika, is een eigenaardig persoon. Zijn vader was, in 1868, als volgeling en medearbeider van Chr. Hoffmann, den leider der nieuwe Tempelieren in Wurtemberg, naar Palestina getrokken om ook daar den geestelijken „Tempel" te vestigen tot welken, (naar hun verklaring van Maleachi 3:1) de Heere, de Engel des Verbonds, snellijk komen zou. Van een „Tempel-kolonie" te Haifa gesticht, werd Hardegg de leider, terwijl Hoffmann aan het hoofd stond der kolonie, bij Jaffa aangelegd door Ameri-