is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is Libna (Eleulheropolis, Iieit-Jibrin). Tal van stroomen, uit het gebergte ontspringende, doorsnijden de vlakte, in drie rivieren saamvloeiende, de Nahr R u b i n, de Nahr S u k e r e i r en de W a d y el Hes y, die in zee uitmonden. Zó ó ligt het terrein voor ons uitgespreid, waarover Josua de Filistijnen najaagde en versloeg, van Ajalon's vallei af tot Gaza toe, terwijl hij hun steden tot een verwoesting stelde (Josua X : 29—43).

En zie, daar; over die heuvels; aan déze zijde van de W adv e 1-G hure h, die in de vallei van Sorek uitkomt, daar ligt Z o r a, waar Simson geboren werd; en aan de andere zijde dier vallei is Timnath; terwijl „de beek Sorek" wat Westelijker ligt. Dit is het terrein van Simson's worstelingen, én overwinningen, én struikelingen. En men kan zich voorstellen, wat de gevallen held moet geleden hebben, naar lichaam en ziel, toen hij, de oogen uitgegraven, langs dien weg, daar voorbij Gath (Migdol-Gad?) en Ashdod, naar Gaza werd afgevoerd, onder het hoongejuich der Filistijnen. (Richteren XIV—XV).

Duidelijk kan men ook van hier, in gedachten, de Ark volgen, gelijk deze, den Filistijnen in handen gevallen, door hen naar Ashdod werd afgebracht, doch om straks, wegens de plagen, die over hen kwamen, naar Ekron gezonden. Zie! daar nadert de wagen mét de Ark; „recht op" gaan de loeiende koeien, door die vlakte, naar de opening der vallei; en altijd door „recht op", hoe ook de vallei steiler en krommer wordt, totdat zij komen te BethSémes, recht tegenover Zora, achter dien heuvel daar, en blijven staan op den akker van Josua, den Beth-Semiet.

Duidelijk ook, o. m. wordt, wat de Schrift mededeelt omtrent de verdelging van het Assyrische leger (2 Kron. XIX, en Jesaïa XXXVI —XXXVII). Sanherib, optrekkende naar Egypte, nam op zijn weg derwaarts, door deze vlakte, „alle vaste steden van Juda in," langs dezen weg gelegen, en eischte Jeruzalem op, door Rabsake, niettegenstaande hij het „geschenk had ontvangen, dat Hiskia hem gezonden had naar Lachis. Deze stad genomen hebbende, trekt Sanherib naar Libna (Iicit-Jibrin), en daar slaat de engel des Heeren het leger der Assyriers, — 185,000 man, in eenen nacht l).

Naar men meent, is het leger gedood door den verdervenden, verzengenden wind der woestijn, de S i m oen; o. a. door de cholera, die door de Arabieren ..de gele wind" zal geheeten worden. Herodotus, II 140 zegt, dat het „een leger van