is toegevoegd aan je favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE AEDEELIXG.

JERUSALEM.

I.

BIJ DE JAFFAPOORT

Vreemd als het moge schijnen en ietwat strijdig met het gevoelig hart, feit is het, dat zelfs bij aankomst te J e r u s a 1 e m, het van belang is om te weten, waar men zijn intrek zal mogen nemen. In hoog gespannen fantazie moge men gedroomd hebben van „een plaatsje langs een der muren van de stad, of onder een boom op den Olijfberg, of ergens in het Kedron-dal, om met een steen tot peluw onder den blooten hemel te vernachten, gelijk vader Jacob weleer"; gemeend hebben met een paar vijgen of dadels, een stuk brood en wat water uit een fontein zijn maal te zullen doen enz., — in de werkelijkheid is dit anders. Ja juist te Jerusalem moet men behoorlijk verblijf hebben, vooral als men de taal des lands niet machtig is. Aan gelegenheid tot logeeren ontbreekt het, trouwens, hier geenszins, hetzij in een h o s p i c e, of in een hotel, of zoo men, in gezelschap reizènde, de tent vindt opgeslagen buiten de stad. Doch in elk geval is het noodig, vooral wanneer men tegen den avond arriveert, te weten waarheen men gaan moet om nachtverblijf en verzorging te vinden, waarnaar hier in het donker kwalijk kan worden gezocht.

Mijn beide reisgenooten zouden in een hotel logeeren, aan den weg van Jaft'a gelegen, wat ook meest geschikt is voor hen, die slechts enkele dagen hier zullen vertoeven. De gedachte om bij aankomst te Jerusaj.em bij een „hotel" af te stappen, was mij echter geheel ondragelijk. Dan nog liever een plaatsje gezocht onder