is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats, waar Abraham zijn altaar oprichtte. De dorschslede levert het hout voor het offer; de runderen zijn de offerdieren; en spoedig stijgt de rook van het brandoffer en dankoffer, door David hier den Heere toegebracht. „Alzoo werd de Heere den lande verbeden," dat de plage zou ophouden. En was het offer van Abraham op Moria, typisch, — dat van David, aan deze zelfde plaats, was zulks in geen mindere mate. Moria zou zijn de verkoren plaats voor de offeranden des Heeren.

Weer zijn bijna 7 jaren voorbijgegaan. David is gestorven, en werd opgevolgd door zijn zoon Salomo, die nu den Heere het Huis zal bouwen, door zijn vader in het harte voorgenomen, doch wat dezen niet vergund werd, schoon hij er schatten toe vergaderen mocht, en vele toebereidselen maken. ')

van een zilveren sikkel, en deze geschat op ongeveer ƒ1.37. De verklaring zal wel zijn, dat de koopprijs was 50 zilveren sikkelen (ƒ67.50); doch dat David gaf, koninklijk, óoo gouden sikkelen (ƒ 1020.50), — geen geringe som.

Gevraagd is, hoe A rauna. een Jebusiet, grond bezitten kon op Moria, daar toch David de Jebusieten, die hun vroegere sterkte hadden op /ion, overwonnen en verdreven had? Toch schijnt de reden voor de hand te liggen.

De ,,burg Zion , aan drie zijden door een vallei afgezonderd, en van den anderen kant gemakkelijk te verdedigen, was schier onneembaar, zoolang de bezetting van drinkwater voorzien kon worden, uit een der fonteinen in de vallei, want op Zion was geen water. Daartoe had men een tunnel geboord, vijftig voet diep, in de rots, met een waterloop van zeventig voet lang, leidende naar de fontein in Siloam, waaruit het vereischte water verkregen werd. Deze tunnel en waterleiding, in 1867 door Capt. Warren ontdekt, zal de „w atergoot" geweest zijn, waarvan in II Samuel 5 : 8 sprake is, waardoor Joab in den burg op Zion is gekomen en de plaats heeft ingenomen. Zonder hulp, van den burg uit, was dit schier onmogelijk; en nu meent men dat Arauna, die David genegen was, aan Joab het bestaan van de „watergoot" bekend gemaakt heeft, in erkentenis waarvoor David hem, Arauna, vergund zal hebben op Moria te wonen, of althans een dorschvloer in eigendom te bezitten. Arauna draagt den titel van „koning", II Sam. 24 : 23, als Sjech onder de Jebusieten, waartoe hij behoorde.

«) David had, in „zijn verdrukking" (r Kron. XXII: 14), voor het te bouwen Huis des Heeren bereid honderd duizend talenten gouds en een millioen talenten zilver. Het talent (")33 „Ciccar") gerekend tegen 125 pond troy, zoo zou dit zijn twaalf millioen vijf honderd duizend pond goud, en honderd vijf en twintig millioen pond zilver, — een waarde vertegenwoordigende (het goud berekend tegen 48 gulden het ons en het zilver tegen 3 gulden het ons) van 7200 millioen gulden aan goud en 4500 millioen aan zilver, te zamen 11.700 millioen gulden. N. C.

^°g gaf David (1 Kron. XXIX : 4) drie duizend talenten (375.000 pond) goud en