is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heft op uw hoofden, gij poorten. Ja heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der eere inga!"

„Wie is Hij, deze Koning der eere?"

„Jehova Zebaoth, Hij is de Koning der eere."

Nu ontsluiten zich de poorten, en te midden eener hoorbare stilte betreden de priesters het Huis des Heeren .... Doorgaande, uit den Voorhof in het Heilige dragen zij de Ark, in het Heilige der Heiligen, en plaatsen haar onder de bedekkende vleugelen der Cherubijn, waar zij tot haar Ruste komt, na 450 jaren rondzwervens.

En Salomo prijst den Heere, Die alles vervuld heeft, wat Hij, met betrekking tot de oprichting van dezen Tempel aan David gezworen heeft. De koning stelt zich vóór het groote koperen altaar in den Voorhof, tegenover de gansche vergadering Israels; hij breidt zijn handen uit ten hemel; hij buigt zijn knieën, en bidt dat wonder-heerlijke gebed der inwijding des Huizes, en toewijding van het Volk des Verbonds aan den dienst des Tempels, naar de beloftenissen en toezeggingen Gods. Niet Salomo, echter, maar de Heere zelf heiligt den Tempel tot Zijn dienst. De S h e c h i n a, de Wolke der Heerlijkheid, vervult het Huis, en vuur van den hemel, nederdalende, ontsteekt het brandoffer en de slachtofferen,

op het koperen altaar toegericht Als een eenig man, bukken

de kinderen Israels met hun aangezichten ter aarde, op den vloer, aanbiddende en lovende „Jehovah," dat Hij goedig is, en Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid."

Daarna zegent Salomo het Volk, en worden door den Koning en ganscli Israël slachtofferen en dankofferen geofferd in menigte; door Salomo alleen 22.000 runderen en 120.000 schapen. Schooner, heerlijker, vreugdevoller dag dan deze was nog niet over Moria opgegaan; en wél mocht Israël feest vieren, zeven en zeven dagen lang, „van den ingang af van Hamath J) tot aan de rivier van Egypte toe."

O heerlijk Huis, gebouwd op de plaats, door den Heere zelf aangewezen, opdat Hij daar wonen zou, onder de lofzangen Israels. O Tempel! kostelijk en prachtig, in alles zoo vol beteekenis en leering, — typisch voorstellende hoe Gods Volk één Volk is met

*) Ham a, ten Noorden van Damascus.