is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smading, het Huis des Heeren aangedaan, de andere. Onder Josafat, den zoon van Asa, wordt de Heere gediend in Zijn Tempel, en de Koning, in nood wegens de Kinderen Ammons en hun bondgenooten, die tegen Juda opgetrokken zijn, mag voor den Heere, in Zijn voorhof, pleiten op de Verbondsbelofte, dat Hij redding zou schenken als Zijn Volk, in oorlogsnood, hier Zijn Naam zou aanroepen, met belijdenis van schuld. De Geest des Heeren komt hier over de Gemeente, en verkondigt door den mond van Jehaziël de verdelging van den vijand. Hier wordt straks voor de wonderbare verlossing, die volgt, de Naam Gods groot gemaakt door het gansche Volk „met luiten en met harpen en met trompetten." Maar Josafat wordt opgevolgd door Joram, die de „hoogten" weer opbouwt op de bergen van Judea, en de inwoners van Jerusalem en Juda in de hoererij der afgoden voorgaat. Op hem volgt Ahazia, die de raadgevingen zijner Godvergetende moeder Athalia volgt, zoo zelfs, dat haar zonen, ongestraft, den Tempel Gods openbreken, ja alle geheiligde dingen van het Huis des Heeren rooven voor den dienst der Baals.

.... Na den dood van Ahazia „al het koninklijk zaad omgebracht hebbende", heerscht Athalia zeven jaar over Juda, — donkere jaren van bloed en ontucht en gruwelijkste afgoderij, in welke de Tempel des Heeren, gelijk Zijn dienst in dien Tempel, steeds meer verachtert en in verval geraakt.

.... Door de genadige bestelling des Heeren komt er echter weer uitkomst. Door Jósabath uit Athalia's bloedbevlekte hand gered, en in het Huis des Heeren verborgen, wordt Joas, de kleine zoon van Ahazia, door den Hoogepriester Jojada opgevoed. Heerlijk is de dag, waarop deze Joas, acht jaren oud, door den Hoogepriester, in den Tempel tot Koning gezalfd werd, en Athalia gedood. Het Huis des Heeren wordt nu hersteld; de geroofde vaten worden weer tot 's Heeren dienst geheiligd; de dienst van God komt weer tot zijn eere. Doch, o droeve schande, dat deze zelfde Joas, in het Huis Gods opgevoed en gekroond, na den dood van Jojada tot afgodendienst vervalt, en als Zacharia, de zoon des Hoogepriesters, door den Heiligen Geest, den Koning deswegen vermaant, dat Joas hem laat steenigen in den „voorhof van het Huis des Heeren". Een gruwel zóó groot, dat de stervende profeet, door den Geest, getuigen moet \ „De Heere zal het zien en zoeken." Dit geschiedt. Reeds bij den omgang des jaars, komen de Syriërs in