is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juist vijf maanden geleden zijn zij uit Babel opgetogen onder leiding van Ezra, den Priester, in rechte lijn afstammende van Pinehas, den zoon van Eliazar, den zoon van Aaron. Aan Ezra, vaardig Schriftgeleerde in de Wet des Heeren, werd van den Koning Arthasasta (Artaxerxes, Ahasveros) een mandaat ontvangen, dat hij: „naar Judea en Jerusalem zou gaan om onderzoek te doen lioe daar, door het Volk, de geboden en inzettingen des Heeren werden onderhouden; dat hij, wat aan den dienst in het Huis des Heeren ontbrak zou herstellen en ordenen, naar de Wet, door Mozes gegeven; en dat hij regeerders en rechters zou aanstellen, die het Volk zouden richten naar de geboden Gods."

Voorts: Dat onder zijn leiding en bestuur zouden optrekken allen van het Volk van Israël en van de Priesters en Levieten, die uit de ballingschap naar Juda wilden terugkeeren. Bevolen had de Koning, met zijn zeven Raadsheeren, dat aan Ezra gegeven zouden worden de vaten van het Huis des Heeren, die nog in Babel waren, en dat hij die zou opbrengen naar Jerusalem, te zamen met het goud en zilver, dat de Koning en zijn Grooten gaven tot den dienst van God, en wat de achterblijvende Kinderen Israels zouden bijdragen. En aan Ezra werd gegeven een Koninklijk bevelschrift aan de schatmeesters in Syrië en Juda, dat de dienaren in het Huis van God vrij moesten zijn van schatting aan den Koning, en dat uit de gewone rijks-inkomsten, tot den dienst des Heeren moest gegeven worden, naar zijn aanwijzing.

Zoo toegerust, was Ezra uit Babyion getogen, op den eersten dag der eerste maand, trekkende tot Ahava, *) waar hij zijn tenten opsloeg aan de rivier, drie dagen lang. Hier werd alles voor den tocht geregeld. Nauwkeurig moest worden opgeschreven, wie mede uittogen, en welke kostbaarheden voor den Tempel men medevoerde naar Jerusalem. En toen Ezra nu bevond, dat er wel priesters maar geen levieten bij het volk waren, had hij boden

*) De ligging van ahava, een plaats aan een rivier van dien naam, of een rivier, naar zulk een plaats leidende, is tot heden niet bekend. Ver van Babyion kan het niet geweest zijn, dat Ezra zich legerde om zijn trek te regelen. Tot op dezen dag is het de gewoonte voor karavanen om dicht bij de plaats van afreize eenigen tijd te kamperen om de karavanen voor goed te regelen. In Zuid-Afrika, bij name in Transvaal, doet men doorgaans zoo, en schrijver is zelf dikwijls op reis gegaan met zijn wagen zoo volgeladen, dat men er zich niet in bewegen kon, om dan, op de eerste geschikte uitspanplek, alles voor de 3 of 4 maanden lange reis in orde te brengen.