is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkome gelegenheid biedende tot nieuwe verontreiniging der „neiiige plaatsen", nieuwe afpersingen der pelgrims, nieuwe verdrukkingen aller Christenbelijders in Jerusalem. Geen Christen, zij hij inwoner of pelgrim, mocht Moria betreden; doch uit de vallei aan Moria s voet klonk eerlang een machtige stem om hulp uit het Westen, ter bevrijding van Jerusalem uit de heerschappij der ongeloovigen.

Het was Peter de Hermiet, die tot den kruistocht opriep.

Als eenvoudige monnik-pelgrim, in 1094, te Jerusalem gekomen, had hij in de verdrukkingen gedeeld, waarin de Christenen daar verkeerden, en de smaadheden aanschouwd, over de „heilige plaatsen", schier onafgebroken uitgestort. Zijn oude krijgsmansgeest was daardoor in hem opgeleefd, en hij had zich geroepen gevoeld, een beroep te doen op Kerk en Staat, om met kruis en zwaard de ongeloovigen te verdrijven uit het vertreden Heiligdom. En zijn wapenkreet „Die// le veut", God wil het, vond in het Westen van Europa gereeden ingang, gelijk het daarvoor ook het juiste oogenblik was.

Islam was, meer dan ooit te voren, tegen zichzelf verdeeld en daardoor, ook naar buiten, zeer verzwakt. De dynastie der Omeyaden had moeten wijken voor die der Abassiden, terwijl, in Egypte die der Fatimiden krachtig was opgekomen. Nog was een andere macht opgestaan, strevende naar de heerschappij over alle volgelingen van Islam, nl. der Turkomannen, onder de Seljuks, die de hand legden op het Bagdad's Khalifaat, en als Sultans, oorlog voerden met Byzantium. Eén vorst heerschte, in 1073, van nabij Konstantinopel tot aan Indië, in Egypte en Azië; doch straks weer werd die heerschappij gebroken, door het streven van verschillende partijen en personen om de oppermacht in Islam. Van die verdeeldheid gebruik makende, had de Grieksche Keizer herhaaldelijk, met goede uitkomst, de Turken, die steeds verder Westwaarts zochten te dringen, aangevallen, eenmaal zelfs teruggeslagen tot nabij Lydda en Ramleh. Doch het Grieksche Rijk was thans te machteloos om een afdoende overwinning op Islam te behalen, en het Heilige Land te bevrijden, wat echter, juist thans, zou kunnen geschieden, als het Westen mede zich tot den krijg aangordde. En daartoe was het Westen, door een samenloop van allerlei omstandigheden, voorbereid. Vorsten, die boete moesten doen, hun door de Kerk opgelegd, wegens zware oveitredingen ; baronnen zonder land, die van hun zwaard moesten leven; lijfeigenen, die vrij wilden zijn;