is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de brug, hij wenkte slechts den torenwachter ter zijde te treden. Met koude, harde stem sprak hij daarop: „Wat voert de archivaris van den pfalzgraaf voor het Slot Dilsberg?"

Heer Sigismund echter begon smeekend: „Vader, lieve, dierbare vader! laat dezen onnatuurlijk kouden toon varen. Het is niet goed, dat ik als een vreemdeling en bedelaar voor de burcht mijner vaderen sta." De oude Pleikard bewoog zich niet en de zoon vervolgde: „Vader! Het zou een kleinigheid voor mij zijn geweest om mij krachtens mijn ambt als geheim-secretaris van mijn heer met een bevelschrift toegang te verschaffen ... ik heb het versmaad" . . .

„Ik hoop," antwoordde de oude man, „dat er in de borst van iederen Landschad Von Steinach zooveel eer zal blijven bestaan, dat hij het versmaadt kromme wegen te bewandelen. Overigens kon ik indien een ongewenschte bode toegang begeert mij verschuilen in een onopgemerkt hoekje of de vesting den rug toekeeren."

„Tk ken mijn plicht, vader, en daarom kom ik zonder masker. Nog eenmaal smeek ik u om u met mij te willen verzoenen, nog eenmaal smeek ik om uw zegen. Ernstig bedreigd wordt ons vaderland, de vijand nadert. Ieder kan er het slachtoffer van worden, u zoowel als ik. De gedachte zou mij onverdraaglijk zijn, dat een van ons beiden van de aarde zou scheiden, zonder dat wij vrede hebben gesloten. Ik smeek niet voor mij alleen, ik smeek niet uit nood. Mijn betrekking is eervol, rijkdom en schatten is niet onze wensch. Het is mijn hart, dat tot u spreekt. Vader, zie hier uw kleinkinderen, mijne kinderen. Zij zijn de voornaamste aanleiding, dat ik heden nog eens tot u spreek. Zullen de Steinach's later niets meer met den Dilsberg te maken hebben?"

„Niet verder, Sigismund!" antwoordde de slotheer, minder hard maar ernstig en zonder warmte. „Ik wilde eigenlijk alleen maar den archivaris te woord staan, maar om het even! Dat de Dilsberg niet verloren zal gaan voor de Steinach's, dat weet je even goed als ik. Doch zoolang ik ademhaal, blijft het bij het oude, ik kan en wil niet omkeeren