is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En Barbara blijft ook bij ons!" riep Wilfried op denzelfden toon.

P3n Tilly stampte tegen zijn gewoonte met den voet op den grond. Er moest een eind aan de zaak komen. Hij had gemeend door dreigementen snel tot zijn doel te geraken en nu moest hij zich laten tegenwerken door een vrouwelijke dienstbode en een paar rakkers van jongens. En hij kon toch onmogelijk twee vrouwen en twee kleine jongens van nauwelijks tien jaar in de gevangenis werpen. Daardoor zou hij zich eenvoudig belachelijk maken. Hij had Agnes wel bedreigd, maar zoo hardvochtig was hij niet, dat hij zijne bedreigingen ten uitvoer zou brengen. Hij stond te overleggen met zich zeiven wat nu te doen.

„Generaal!" riep de gouverneur, toen Tilly bleef zwijgen, #nu is het dunkt mij genoeg, ik kan het niet langer aanzien"...

„Heer Von der Merven, ik heb u reeds eerder gezegd, dat u enkel op uw eigen verzoek hier bent," viel Tilly den gouverneur in de rede blijde een uitweg gevonden te hebben om met eer uit de klem te geraken. De woorden van den gouverneur konden hem hierbij behulpzaam zijn. „Daar u den wenk niet schijnt te hebben begrepen verklaar ik u, dat ik ieder oordeel over mijn doen en laten van uw kant verbied. Zoo, met u heb ik nu afgedaan! Ook u, vrouwe Von Steinach, zult mijn vonnis hooren! Ik doe afstand van uwe verklaringen, evenals van uw gevangenneming, daar deze vermoedelijk nutteloos zou zijn. Of u blijft verstokt of ik heb toch geen waarborg voor de waarheid van uwe woorden ... • stil, val mij niet in de rede, want ik heb genoeg

van alle onderhandelingen Voor het overige blijft

alles bij mijn bevel; dit huis is het mijne met alles wat het bevat en opdat ik zekerheid heb dat mij niets afhanden komt of beschadigd wordt dat u zelve in de stad mij geen schade kunt berokkenen door mogelijke berichten, zoo verlaat u binnen een uur dit huis en de stad Heidelberg! Een wacht zal u begeleiden, voor de poort bent u vrij! Uwe kinderen, uw dienstmaagd inogeu u vergezellen. Dat is mijn laatste woord!"